wetten

Wat waren de rechten van de niet-moslims in de Islamitische landen?

De islamitische rijken toonden grote tolerantie en acceptatie tegenover niet-moslim gemeenschappen in hun rijk. Dit is gebaseerd op islamitisch recht met betrekking tot de status van niet-moslims. Ze worden beschermd, ze krijgen religieuze vrijheden, en zijn vrij van vervolging volgens het islamitisch recht. Een van de eerste precedenten van dit was het Verdrag van Umar ibn al-Chattab, waarin hij de christenen in Jeruzalem volledige religieuze vrijheid en veiligheid garandeerde.

Een voorbeeld binnen de Ottomaanse Rijk: De ‘Millet’ systeem

De eerste keer dat de Ottomanen over een groot aantal christenen moesten regeren was na de verovering van Constantinopel (het huidige Istanbul) door Mehmed II (zie foto onderaan) in 1453. Constantinopel was historisch gezien het centrum van de Orthodox Christenen, en had nog steeds een aanzienlijk grote Christelijke populatie. Naarmate het Ottomaanse Rijk groeide binnen Europa kwamen er steeds meer en meer niet-moslims onder de heerschappij van de Ottomanen. Om met deze nieuwe Ottomaanse onderdanen om te kunnen gaan, stelde Mehmed II een nieuw systeem in, die later de ‘millet’ systeem werd genoemd.

Volgens dit systeem werd elk religieus groep georganiseerd in een ‘millet’. Het woord ‘millet’ komt van het Arabische woord ‘natie’, wat aangeeft dat de Ottomanen zichzelf als de beschermheren van verschillende naties zagen. Elk religieus groep werd beschouwd als een eigen millet. In het Rijk zelf leefden verschillende millets naast elkaar. Bijvoorbeeld, alle orthodox christenen in het Ottomaanse Rijk werden beschouwd als een millet, terwijl alle Joden een andere millet vormden.

Het was voor elke millet toegestaan om hun eigen religieuze leider te kiezen. In het geval van de Orthodoxe Kerk (de grootste Kerk in het Ottomaanse Rijk), was de Orthodoxe Patriarch (de aartbisschop van Constantinopel) de gekozen leider van deze millet. De leiders van de millets werden toegestaan om hun eigen religieuze regels te handhaven op hun mensen. Islamitisch recht had dus geen jurisdictie (rechtsmacht) over niet-moslims in het Ottomaanse Rijk.

In het geval van misdaad werden mensen gestraft volgens de regels van hun eigen geloof, en dus niet volgens islamitische regels of regels van andere geloven. Als een christen bijvoorbeeld iets stal zou hij volgens Christelijk recht worden gestraft. En hetzelfde gold voor alle andere religieuze groeperingen (millets). De enige keer dat Islamitisch recht van toepassing zou zijn was wanneer de crimineel een moslim was of wanneer het ging om een zaak met betrekking tot twee personen van verschillende millets. In dat geval zou moslim rechter de zaak voorzitten en zou hij uitspraak doen volgens zijn kritisch vermogen en gewoonterecht.

Naast religieus recht kregen millets ook de vrijheid om hun eigen taal te gebruiken, hun eigen instituten (kerken, scholen, etc) te ontwikkelen en belasting te innen. De Ottomaanse Sultan oefende alleen controle uit over de millets door hun leiders. De leiders van de millets brachten verslag uit aan de Sultan en wanneer er problemen waren in een millet, dan pleegde de sultan raad bij de leiders van de millets. De moslim populatie in het Ottomaanse Rijk, die in feite ook een millet vormde, had als leider de Ottomaanse Sultan zelf.

Waarom is de sharia niet in strijd met de westerse normen en waarden?

Mensen die vaak zeggen dat de islam (waaronder de sharia) niet strookt met de westerse cultuur, hebben geen enkel idee wat de islam en sharia inhoudt. Ze gaan vaak uit van radicale agressieve leuzen van enkele moslims die menen de sharia te kunnen invoeren of ze nemen klakkeloos de uitleg over van een bevooroordeelde ‘islamkenner’ of een ‘ex-moslim’. En het trieste is dat sommige moslims zelf ook niet weten wat de sharia inhoudt.

Sharia is de islam (be)leven zoals het voorgeschreven is in de Koran, zoals onze nobele Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, dit in de praktijk heeft gebracht en zoals de vrome voorgangers dit unaniem hebben geïnterpreteerd.

Een moslim is iemand die in zes theoretische sharia wetten gelooft:

  • In de éénheid van Allah
  • In de Boodschappers van Allah
  • In de Geopenbaarde Boeken
  • In de Engelen
  • In het Hiernamaals (leven na de dood)
  • In het Lot (voorbeschikking)

Zolang men niet één van deze sharia punten ontkent, is hij/zij een moslim.

Als moslim hebben we vijf praktische sharia wetten (aanbiddingen) die we moeten verrichten.

  • Sjahadah (Opzeggen van de geloofsbelijdenis)
  • Salaat (5x per dag het lichamelijke gebed verrichten)
  • Sawm (Vasten in de maand Ramadan)
  • Zakaat (Een deel van je vermogen afdragen aan de behoeftigen)
  • Hadj (Het verrichten van de bedevaart mits je daar gezond en financieel in toe staat bent)

Bovenstaande zes geloofs- en vijf aanbiddings-sharia wetten zijn de meest essentiële sharia wetten die onwrikbaar zijn voor een moslim.

Zoals het u wellicht is opgevallen, zijn de meeste, belangrijkste sharia punten ‘religieus’ van aard. De islam is een geloof dat ons hele aardse leven omvat. Dus naast deze religieuze sharia wetten heeft de islam ook aardse sharia wetten voortgebracht die we uit de Koran en het leven van onze Nobele Profeet, vrede zij met hem, halen.

Deze aardse sharia wetten kunnen we onderverdelen in twee categorieën:

  • Persoon gebonden sharia
  • Gemeenschap gebonden sharia

Persoonsgebonden sharia zijn wetten die voor iedere moslim persoonlijk gelden: Bijvoorbeeld: Geen varkensvlees, geen alcohol enz.

Iedere moslim dient zich hier aan te houden omdat het een verbod is van Allah. Als je je hier niet aan houd, heb je gezondigd en moet je je verantwoorden voor Allah. Dus zolang je met deze persoonlijke zonde een ander niets aandoet, is het iets tussen Allah en jou; hiervoor ben je enkel verantwoording verschuldigd aan Allah.

Gemeenschap gebonden sharia zijn alle wetten die in een islamitisch land van toepassing zijn. Deze sharia wetten gelden enkel en alleen in islamitische landen voor haar islamitische burgers. Belangrijk om te weten is dat het de taak van de regering is om deze wetten op te stellen en niet van individuele burgers. Omdat dit het wet van een land is, dien je je hieraan te houden zolang je in dat land verblijft.

Zoals we hebben gezien, is het islamitische recht een onderdeel van de sharia. En een nog kleiner deel van het islamitisch recht is islamitisch strafrecht. Terwijl dit onderdeel maar een fractie van de gehele sharia is, wordt dit zo erg ‘opgeblazen’ dat het lijkt dat de sharia enkel bestaat uit straffen.

Hoe zijn de islamitische wetten bepaald?

Eeuwenlang vormde de islamitische wetgeving een dynamisch rechtssysteem. Door diverse interne en externe factoren heeft dit de laatste paar eeuwen niet de kans gekregen zich verder te ontwikkelen. Hoewel de bronnen van de islam zelf niet veranderd kunnen worden, kunnen ze wel gebruikt worden om verandering aan te brengen in de organisatie en interpretatie ervan. Aangezien veranderingen in religieuze opvattingen (door vrijheid van meningsuiting) moslims niet opgelegd kunnen worden, gebeurt dat meestal in de loop der tijd, door middel van een proces van natuurlijke selectie en onderwijs.

Sommige moslims beschouwen de islamitische wet, omdat deze gebaseerd is op de Koran en de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, ook als heilig en goddelijk. Strikt genomen, is de totale sjaria niet goddelijk. Het is een menselijke poging om door middel van de goddelijke bronnen – de Koran en de geautoriseerde soennah – de goddelijke wil in een bepaalde context te begrijpen. Omdat de sociale omstandigheden van samenlevingen en hun behoeften en onderlinge verstandhoudingen veranderen, zou de sjaria op deze veranderende omstandigheden van de tijd dienen te reageren om oplossingen voor nieuwe behoeften en problemen te vinden. Orgaantransplantatie is bijvoorbeeld een hedendaagse kwestie die om nieuwe oplossingen voor de moderne tijd vraagt. De menselijke poging om door middel van de islamitische bronnen een oplossing te vinden voor een nieuwe behoefte, wordt idjtihaad genoemd. Aangezien idjtihaad een menselijke activiteit is, kunnen gekwalificeerde mensen theoretisch gezien een oude wet veranderen wanneer er ruimte voor verandering bestaat. Hoe is de islamitische wet nu in de loop der tijd veranderd? De islam ontstond in een samenleving waar de gebruiken van de stammen de enige wet waren. Toen de vluchtende moslimgemeenschap zich in Medina vestigde, vormden de openbaringen van de Koran en het voorbeeld van de profeet (vrede zij met hem) de bronnen voor de sociale en wettelijke richtlijnen voor moslims. Zolang de profeet (vrede zij met hem) leefde was er geen behoefte aan en systematisch rechtssysteem.

Wanneer iemand een vraag op religieus gebied had, werd deze direct aan de profeet (vrede zij met hem) gesteld. Als antwoord ontving hij of zij een nieuwe openbaring van de Koran of menselijk advies van Mohammed (vrede zij met hem) zelf. Naast de moskee had de profeet (vrede zij met hem) een school gevestigd, waar hij persoonlijk de islam en de Koran aan honderden metgezellen onderwees. Daarnaast zag hij er op toe dat zijn gouverneurs hun beslissingen op de Koran en zijn voorbeeld baseerden.

Toen de profeet (vrede zij met hem) was heengegaan, verspreiden zijn metgezellen zich in rap tempo over de almaar groeiende moslimwereld. Elke geschoolde metgezel vormde een bron van kennis. Zij onderwezen de islamitische praktijk en deden gerechtelijke uitspraken op basis van de Koran en wat zij van de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, begrepen hadden. Wanneer zij met een nieuwe situatie geconfronteerd werden, probeerden zij een antwoord te vinden in de Koran en de soennah. Als zij geen antwoord konden vinden, gebruikten zij hun eigen beoordelingsvermogen om een oplossing te vinden. Daarbij namen zij, zoals Profeet Mohammed, vrede zij met hem, bij het benoemen van gouverneurs bedongen had, de principes van gelijkheid en openbaar belang, de omstandigheden van de tijd, de gewoonten en de cultuur van de mensen waar zij bij leefden, in acht.

Na de generatie van de metgezellen, ontwikkelde de islamitische wet zich, door verschillen in methodologie, geografische afscheiding, verschillen in beschikbaarheid van de hadith (verhalen van de Profeet) en culturele invloeden, in van elkaar onafhankelijke stromingen. Scherpzinnige geleerden uit die tijd, realiseerden dat het nodig was de religieuze wettelijke methodologie op basis van de belangrijkste bronnen van het geloof, te standaardiseren in verschillende disciplines. In een poging de wetten en regels van het geloof op duidelijke wijze om te zetten in een begrijpelijke rechtscode die alle aspecten van het leven zou beslaan, produceerden zij dikke boekwerken van afleidingen uit de koran en de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, op het gebied van aanbidding, handel, strafrecht en burgerrecht. Men bereikte consensus in de moslimwereld dat er in essentie

vier erkende bronnen voor wetgeving waren:

De Koran: als de eerste bron van Openbaring van Allah, is de Koran de bron van de islamitische normen en waarden. Ongeveer 600 van de 6.238 verzen gaan over wetgeving en slechts 80 daarvan kunnen worden gezien als wettelijke verzen in de striktste zin van het woord.

Soennah van de profeet (vrede zij met hem): de principes uit de Koran worden door middel van de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, de tweede en aanvullende wetsbron geïnterpreteerd. Het belang van de soennah wordt duidelijk in de Koran vermeld: “Indien u het over iets oneens bent, wendt u dan tot God en Zijn Boodschapper” (4:59) en “Een ieder wiens hoop op God en de Laatste Dag gevestigd is, vindt in Gods Boodschapper een goed voorbeeld” (33:21). Hadithgeleerden hebben het uitgebreide aantal vertellingen van Mohammed, vrede zij met hem, geëvalueerd, waarbij zij zich op de keten van vertellers en de inhoud hebben gericht. Voor elke hadith, werden schakel voor schakel, strenge en objectieve criteria toe op de keten van vertellers toegepast. De inhoud van de hadith werd onderzocht om te kijken of deze met de Koran, eerder geverifieerde hadith of de menselijke logica in tegenspraak was. Op deze wijze werd een aantal gezaghebbende verzamelingen bijeengebracht.

Consensus in de gemeenschap (idjmaa’): Op basis van de woorden (hadith) van de Profeet, vrede zij met hem: “Mijn gemeenschap zal het over een fout niet eens zijn,” vormt consensus in de gemeenschap de derde bron voor wetgeving. Aangezien zij door Mohammed (vzmh) zelf onderwezen waren, werd de consensus van zijn metgezellen een belangrijke wetsbron. Waar de Koran en soennah zwijgen, gebruiken wetgeleerden hun beredeneringsvermogen om op basis van gewoonten (eurf), het algemeen belang (maslaha) en gelijkheid (istihan) wetten af te leiden. Wanneer een bepaald besluit de tand des tijds doorstaat, accepteren steeds meer juristen en mensen dat besluit, waardoor consensus ontstaat.

Analogisch redeneren (Qiyas): Wanneer wetgeleerden met een nieuwe situatie of nieuw probleem te maken kregen, zochten ze naar soortgelijke voorbeelden in de koran en soennah. De sleutel ligt daarbij in het vinden van de oorzaak of reden voor de bestaande regel. Als in de nieuwe situatie een gelijksoortige oorzaak gevonden wordt, werd het besluit uitgebreid om de kwestie op te lossen. Zo werd van het verbod op wijn, bijvoorbeeld een uitgebreid verbod op alcohol afgeleid. De oorspronkelijke reden daarvoor is de geestverruimende werking van beide.

Wat gebeurt er wanneer er meer dan één mogelijke interpretatie is? Dit is volkomen normaal en aanvaardbaar in de islamitische wetgeving. Zo bestaat er over roken een verschil van mening onder geleerden. Sommige juristen zeggen, dat het verboden zou moeten zijn, omdat het kanker veroorzaakt en duidelijk schadelijk is voor het lichaam en de Koran ons verbiedt ons lichaam schade toe te brengen. Daartegenover zeggen anderen dat roken op z’n hoogst geclassificeerd kan worden als niet aangeraden, omdat er geen direct verbod op in de Koran staat. Bij zaken die in het grijze gebied vallen, raadde profeet Mohammed (vrede zij met hem) mensen aan hun geweten te volgen en de veiligere of makkelijkere optie te kiezen om zichzelf te beschermen en het geloof makkelijker uitvoerbaar te maken.

Het gebruik van tabak kan ook als voorbeeld gegeven worden van regels die met de tijd veranderen. Toen tabak voor het eerst in moslimlanden werd ingevoerd, bekeken juristen de zaak en oordeelden zij dat het “toegestaan” (moebah) was, omdat de consumptie ervan geen duidelijke schade of voordeel opleverde. Enkele geleerden beschouwden het als “afkeurenswaardig” (makroeh) omdat zij het als geldverspilling zagen. In de loop der tijd heeft de geneeskunde echter het schadelijke effect van tabak aangetoond. Aan de hand van het principe van het beschermen van het menselijk leven, zijn nu steeds meer juristen geneigd roken in te delen in de categorie van verboden (haram) zaken. Toch bestaat daar nog steeds geen consensus over.

Omdat in de context van de bronnen van de islam al deze interpretaties mogelijk zijn, is het belangrijk te vermelden dat alle besluiten en interpretaties samen de islamitische jurisprudentie vormen. In perifere kwesties wordt vaak verschillend geoordeeld, terwijl de kern van de theologie en praktijken in de loop der tijd niet veranderen. Zo zal geen enkele moslim opeens beweren dat moslims niet langer in een leven na de dood geloven of niet langer hoeven te vasten. Doordat in de praktische islam meer dan één interpretatie mogelijk zijn, ontstaat er een grote mate van flexibiliteit in de beoefening van de islam. Dit getuigt niet alleen van de vrijheid van meningsuiting die miljoenen geleerden sinds de geboorte van de islam genoten, maar ook dat de islam niet één enkel gezichtspunt aan de hele moslimgemeenschap oplegt.

In niet-moslim kringen heerst de opvatting dat de islamitische wet(geving) achterhaald is en moslims zeer rigide zijn in hun benadering van de wet en religie. Ze zeggen dat de islam aan hervorming toe is, maar dat moslims niet bereid zijn te veranderen. Hoewel het is waar dat de uitingsvormen van de islam op politiek en sociaal gebied een frisse blik nodig hebben om aan de hedendaagse behoeften van moslims in de wereld tegemoet te kunnen komen, wordt het trage tempo van deze verandering niet door de islam zelf veroorzaakt, maar door de inertie die door drie belangrijke interne en externe factoren veroorzaakt wordt.

De eerste is het blokkeren interpretaties. Het sluiten van de hekken van de idjtihaad heeft ervoor gezorgd dat de islamitische wetgeving in de loop der tijd gestagneerd is. In eerste instantie, lijkt dit vrij logisch. Het credo van de islam werd duidelijk in de Koran uiteengezet en door alle moslims begrepen. De islamitische praktijk werd stevig neergezet en gebaseerd op de soennah van de profeet (vrede zij met hem), die in verschillende hadith boeken werden verzameld, gesorteerd, gefilterd en op alle denkbare manieren geordend. Elk vers uit de Koran en elke overlevering van de Profeet, vrede zij met hem, werd met het oog op juridische deductie bestudeerd. Het leek er op dat bij de ontwikkeling van de sjaria alles wat menselijkerwijs mogelijk was, gedaan was. Mensen geloofden dat er niets anders meer gedaan kon worden. De verkeerde aanname, een beoordelingsfout, dat de sociale aspecten van het leven voortdurend hetzelfde blijven, zorgde ervoor dat de juridische stagnatie zich naar het sociale gebied uitbreidde. Deze stagnatie werd niet opgedrongen, maar geleerden en anderen zagen het als het natuurlijke gevolg van een lang proces. Ondanks deze opvatting, ging de ontwikkeling van de wetgeving, vooral in het Ottomaanse Rijk, toch verder. Tegen het einde van de 19e eeuw werd een groots project opgezet om de sjaria opnieuw te coderen binnen de toentertijd geldende wetten. Vervolgens werd de wet verder ontwikkeld om tegemoet te kunnen komen aan de behoeften van de tijd. Als gevolg daarvan kwamen een aantal boekwerken tot stand dat Mecelle genoemd werd. Helaas werd dit project door de tweede grote verwoesting die de moslimwereld sinds de invasie van de Mongolen meemaakte, abrupt beëindigd.

De tweede belangrijke factor die de ontwikkeling van de islamitische wet stagneerde was de negatieve invloed van de Europese kolonisatie van de moslimwereld. Nadat al hun politieke, burgerlijke, culturele en religieuze instellingen vernietigd waren, moesten de moslims voor hun leven en het behoud van hun religie vechten, laat staan dat zij de islamitische wetgeving verder konden ontwikkelen om aan de behoeften van de moderne moslimgemeenschap te kunnen voldoen. Dit sloeg een historisch gat van tenminste een eeuw tussen het verleden en heden, dat nog steeds bestaat.

De derde reden is dat de moderniteit in de hele wereld, inclusief de moslimlanden, op politiek, economisch en sociaal gebied voor razendsnelle veranderingen zorgde. Globalisatie, massamedia en het gemak waarmee gereisd kon worden, versnelden de blootstelling van moslims aan overweldigende alternatieve systemen, culturen en waarden. Hoewel moslims niet tegen veranderingen gekant zijn, is de snelheid van de veranderingen ontmoedigend, vooral wanneer men het gevoel heeft er zelf zeer weinig invloed op te hebben.

Om bovengenoemde redenen nemen moslimsamenlevingen in landen waar de sjaria, de wetgeving uit het verleden, ingevoerd worden, een ietwat middeleeuws karakter aan. Er bestaat consensus in de moslimwereld dat de sjaria herzien moet worden en in een modern jasje gestoken dient te worden om aan de eisen van een veranderende wereld te kunnen voldoen. Tegelijkertijd dient de sjaria trouw te blijven aan de geest van de islam en de principes van de Koran en de soennah. De combinatie van de snelheid van veranderingen in de wereld en de ongunstige politieke omstandigheden van dit moment, geven moslims geen kans om een hedendaags kader voor de islamitische wet te ontwikkelen.

Er worden vele pogingen ondernomen om deze herziening uit te voeren. Doordat nieuwe interpretaties moslims niet van bovenaf kunnen worden opgelegd, heeft verandering tijd nodig. Om in de moderne wereld te kunnen rijpen, dienen veranderingen lang genoeg in een moslimland te worden toegepast. Bovendien kent de moslimwereld dieperliggende problemen, die aangepakt moeten worden voordat deze taak opgepakt kan worden.

Waarom heeft de islam zoveel regels?

Mens zijn is jezelf koppelen aan regels. Dit begint al na je geboorte. Je koppelt jezelf (zonder dat je het wilt of beseft) aan de regels van je ouders die zij voor jou bepalen. In je puberteit kom je (vaak) in opstand tegen deze regels en zonder te beseffen koppel je je vast aan de regels (vriendencode) van je ‘beste’ vrienden. Niet te vergeten de regels waaraan je je moet koppelen als je naar school gaat of zelfs gaat studeren. Ieder keer als je denkt dat je losgekoppeld bent van regels en denkt dat je vrij bent, ben je gekoppeld aan nieuwe regels. Je hebt een baan dus komt een nieuwe koppeling van regels waaraan je je moet houden om je baan niet te verliezen. Ben je een ondernemer, ook dan heb je je gekoppeld aan regels.

Heb je je rijbewijs gehaald dan krijg je een flinke koppeling met regels naast je roze kaartje. Eenmaal een partner en huwelijk dan komt weer een nieuwe koppeling van regels. Kinderen krijgen brengt weer een nieuwe koppeling van regels met zich mee. Om een gezonde en rechtvaardige samenleving te krijgen, hebben landen grondwetten en vele andere wetten en regels opgesteld. Dit laat op zich al zien dat; als je de mensen op zichzelf laat zonder regels, dan ontstaat binnen de kortste keren chaos en anarchie in die samenleving.

We kunnen nog vele voorbeelden noemen waarbij zeer duidelijk wordt dat ‘mens’ zijn eenmaal regels met zich meebrengt. Als mens kun je niet vrij zijn en de regels aan je laars lappen. Als je dat toch doet moet je ook klaar zijn om de gevolgen daarvan te accepteren.

Een mens bestaat niet enkel en alleen uit een lichaam. Als mensen zich moeten koppelen aan regels om dit aardse leven te kunnen (over)leven, waarom roept men meteen ‘vrijheid’ en ‘leven zonder regels’ als het gaat om het (over) leven van je ziel en geest?

Er zijn bepaalde feiten waar we, of we nu willen of niet, niet onderuit kunnen:

• We bestaan en leven eenmaal op aarde.

• We maken ellende en verdriet mee.

• We worden oud.

• We worden ziek.

• We verliezen onze geliefden en naasten.

• We gaan dood.

Hoe ga je als ongelovige mens om met deze ‘tegenslagen’ in je leven? Hoe ga je als ongelovige om met de meest wezenlijke vragen waarmee mensen duizenden jaren mee zitten en filosofen nog steeds geen antwoord op hebben:

• Waarom ben ik op aarde?

• Wat gebeurt er na de dood?

Mensen zijn ‘intelligente’ wezens en kunnen zich niet afsluiten tegen bovenstaande punten. Gewoon vrij zijn en leven zonder regels verzacht de geleden pijn niet, en het zal zeker de angst voor de toekomst ook niet wegnemen. Zelfmoordcijfers in moderne rijke westerse samenleving laat dit overduidelijk zien.

Islam is een geloof dat zegt: ‘Let op! Je bent voor een korte periode op aarde, je hoofdverblijf waar je oneindig zal verblijven is in het Hiernamaals.’

‘En dit wereldse leven is niets anders dan vermaak en spel, het verblijfplaats in het Hiernamaals is zeker het echte leven, als zij het wisten.’ (Koran 29:64)

‘Weet dat het wereldse leven slechts een spel is, een ijdel vermaak, en pracht en praal, en opschepperij tussen jullie, en onderlinge wedijver ter vermeerdering van bezittingen en kinderen…

En het wereldse leven is niets anders dan een verleidende vorm van genot.’ (Koran 57:20)

‘Wie de beloning van het Hiernamaals wenst, voor hem vermeerderen Wij zijn beloning; en wie de beloning van het wereldse leven wenst, aan hem geven Wij daarvan, maar voor hem is er in het Hiernamaals geen aandeel.’ (Koran 42:20)

Als we voor onze korte vergankelijke aardse leven al gebonden zijn aan verschillende wereldse regels, waarom verbaast men zich dat je je aan ‘Goddelijke’ regels moet houden om zowel op aarde als in het Hiernamaals gelukkig te leven?

Naast het feit dat deze Goddelijke regels de mens mentaal sterk maakt, zorgen deze regels er voor dat we rijp worden voor onze uiteindelijke bestemming; het Hiernamaals. Islam onderscheidt zich van andere geloven door het feit dat het een geloof is die de mensen zowel het gelukzalig leven op aarde als in het hiernamaals biedt door de regels op te stellen waaraan de moslims zich vasthouden.

Zoals onderstaande verzen duidelijk maken vraagt de islam geen blinde overgave aan dogma’s. Hij eist dat zijn volgelingen ‘nadenken, beredeneren, onderzoeken, verstand gebruiken, enz.

‘Denken jullie dan niet na?’ (2:44)

‘Gebruiken jullie je verstand dan niet?’ (10:16), (21:10), (21:67), (28:60)

‘En zeker heeft hij (satan) velen van jullie doen dwalen. Gebruiken zij hun verstand dan niet?’ (36:62)

‘Er bevinden in de schepping van de hemelen en van de aarde,……. tekenen voor de mensen die verstand bezitten.’ (3:190)

Tegen iemand die zegt: ‘er is toch geen leven na de dood er zal geen Hiernamaals zijn, waarom zou ik me dan moeten koppelen aan een geloof met regels als ik ook vrij kan zijn waar niemand op let?’ Antwoordt de islam:

‘Kijk naar de Tekenen die voor je gebeuren die als vanzelfsprekend acht. Gebruik je verstand en kijk met je hart in plaats van enkel met je ogen te staren. Je zegt dat er geen leven na de dood is terwijl voor je ogen miljarden tekenen tonen dat er wel leven na de dood bestaat. Waar was je lichamelijk 10 maanden voor je geboorte? Nergens, of beter gezegd overal!

Je was in voedsel verspreid. Je leefde als atoom in graan, tarwe, vlees, groente, fruit, zuivel enz. Dit dode voedsel werd in je vader weer tot leven gewekt als spermazaadje. Na het bevruchten van het eitje stierf dit zaadje om een nieuw leven te leiden als foetus zodat deze na negen maanden weer moest ‘sterven’ en zijn wereld verlaten om verder te leven in een andere wereld dan de baarmoeder.

Je moet immers negen maanden in een donkere ruimte doorbrengen en je houden aan de regels totdat je lichaam rijp wordt voor een volgend leven. Leven in de baarmoeder is enkel mogelijk door de navelstreng. Pas nadat ze zich volledig hebben ontwikkeld en klaar zijn om hun ‘wereld’ te verlaten komen ze naar een totaal andere wereld waarbij ze al hun zintuigen en ledematen die ze in de baarmoeder hebben ontwikkeld kunnen gebruiken.

Net als een astronaut een ruimtepak nodig heeft om te leven in de ruimte heeft de mens het lichaam nodig om te leven op aarde. Als zijn tijd erop zit zal hij zijn pak hier achterlaten om verder te reizen naar zijn oorspronkelijke verblijfplaats. Ook dit is niet voor ons vreemd als we kijken naar de vele ‘pakken’ die we aan en uit hebben getrokken tijdens onze levensfase startend als zaadcel.

Leven in de baarmoeder was enkel mogelijk door de navelstreng. Om in volgend fase te leven moet je je band verbreken met je huidige wereld. Je levensader (navelstreng) moet worden geknipt om naar het ‘hiernamaals’ te gaan om te leven. Op aarde heb je immers geen navelstreng nodig. Door de Schepper is in de baarmoeder je lichaam gevormd die geschikt was om te leven op aarde. Dit lichaam moet je achter laten om je leven voort te zetten. Want voor je toekomstige leven heb je geen fysieke vergankelijke lichaam nodig, dus wees niet bedroeft dat je oud wordt en je lichaam aftakelt en later onder de grond zal vergaan tot stof.’

Zo leert de islam ons de ‘Tekenen’ van Allah te zien en te lezen. Iemand die deze tekenen ziet en weet dat er een hiernamaals is gaat zich afvragen wat zijn Schepper van hem/haar verwacht. Ook hier schiet de islam ons ter hulp. Allah, onze Schepper, heeft in een Gebruiksaanwijzing de regels nauwkeurig uiteengezet en heeft zelfs een Gids gestuurd die ons in de praktijk heeft getoond hoe we op deze wereld optimaal kunnen leven en ons optimaal kunnen voorbereiden voor ons volgende leven.

In deze Gebruiksaanwijzing geeft Allah aan hoe onze harten tot rust komen.

‘Door het gedenken van Allah komen de harten tot rust’ (13:28)

Door jezelf koppelen aan een geloof met regels komt je hart dus tot rust en ben je voorbereid op alle tegenslagen die op je pad komt. Waar mensen, die denken dat ze vrij zijn omdat ze zich niet hebben gekoppeld aan islamitische regels, vol stress en depressie door het leven gaan omdat ze mentaal en geestelijk al die tegenslagen niet aankunnen, gaan moslims die zich overgegeven hebben aan deze regels glimlachend en vol met levensgenot door het leven. Alleen dit al maakt het waard dat men zich aan de regels gaat houden van de islam.

Een ander belangrijk punt is dat moslims die zich koppelen aan de regels van Allah juist bevrijd van ketenen door het leven gaan, terwijl mensen die zichzelf niet willen koppelen aan regels van Allah, heel hun leven lang moeten ploeteren en zwoegen om aan de regels te voldoen die de samenleving heeft opgesteld.

Het is onbegrijpelijk dat men weigert om Allah te aanbidden, maar in plaats daarvan wordt men de slaaf van vele kleine ‘afgoden’ en begint men tientallen ‘godjes’ zoals geld, macht, status, vrouw, werk, en nog vele andere aardse totems en idolen te aanbidden en hun waardevolle leven aan hen te verspillen. Het trieste is dat ze veelal sterven zonder iets waardigs terug te krijgen voor hun volledige overgave.

De vraag is wie vrijer is. Iemand die Eén God aanbidt en enkel en alleen Zijn regels volgt? Of iemand die weigert Eén God te aanbidden en in plaats daarvan in een web van afgoden terecht komt met verschillende regels die onmogelijk zijn om na te komen?

‘Gebruiken jullie je verstand dan niet?’ (Koran 10:16)

Zijn de vele regels in de islam nodig?

Islam betekent overgave aan die ene God: Allah. Die ene God leert ons ook hoe wij ons moeten overgeven aan Hem. Wij kunnen als mens zijnde een eigen definitie geven aan wat overgave is. Daar zijn wij ook vrij in. Want Allah zegt in de Koran dat er geen dwang is in het geloof. Maar wat geldt is de definitie die God daaraan geeft.

De reden waarom moslims nadruk leggen op de regels is omdat Allah in zijn Heilige Geschriften ons leert dat wij door middel van die regels overgave tot Hem kunnen krijgen. Dat is de reden waarom de moslims dat belangrijk vinden. Neem bijvoorbeeld een belangrijke regel in de islam: het dagelijkse gebed, vijf keer per dag. Allah zegt in de Koran:

“Voorwaar, het gebed is de gelovigen op vaste tijden opgelegd.” (hoofdstuk 4: vers 103)

Als je veel van Allah houdt, zul je Hem gehoorzamen. En omdat je Hem gehoorzaamt, zul je het gebed vijf keer per dag verrichten. Hoe het gebed verricht dient te worden, leren we van Profeet Mohammed (vzmh). In principe leren moslims alles van hem en volgen zij zijn voorbeeld. Moslims volgen Profeet Mohammed (vzmh), omdat zij van Allah houden en Allah op de mooiste manier willen behagen. Allah zegt dan ook in de Koran:

“Zeg: Als jullie van Allah houden, volg mij (Mohammed) dan: Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is Vergevingsgezind, meest Barmhartig.” (3:31)

En als je zegt: ‘Ik wil die regels niet voor de anderen volgens.’

In de Islam gaat het om de intentie. Allah zal ons uiteindelijk daarop beoordelen. Profeet Mohammed, vrede zij met hem, leert ons dat Allah naar onze harten kijkt (Moeslim, Birr, 33; Ibn Madjah, Zuhd, 9; Ahmed ibn Hanbal, 2/285, 539). Allah weet voor wie jij de wetten/regels volgt. Als jij dat enkel doet omdat Allah dat wilt, dan heb je je overgegeven aan die ene God. Als je de wetten/regels volgt om aan de buitenwereld te laten zien hoe vroom jij bent bijvoorbeeld, dan weet die ene God ook dat jij het niet voor Hem doet. Dat betekent dan ook dat je jezelf niet aan Hem hebt overgegeven.

Wat betekent de Sjaria?

Sjaria is een Arabisch woord dat “de weg” die gevolgd moet worden, betekent. Letterlijk betekent het “de weg naar een drinkplaats.” In de breedste zin, bestaat de Sjaria uit wetten, die mensen uit de Koran en de soennah (overleveringen van profeet Mohammed , vrede zij met hem, of hadith, zijn daden en de dingen die hij toestond), de twee belangrijkste bronnen in de islam, hebben afgeleid. De islam biedt richtlijnen voor de relatie tussen mensen en Allah, de relatie van de mens met het universum en de onderlinge relaties van mensen in een samenleving. Sjaria verwijst meestal naar het laatste, waardoor we Sjaria kunnen definiëren als de sociale afspiegeling van de islam.

Hedendaagse wetsystemen bestaan uit een grondwet die een hoogste macht toewijst en wetgevers machtigt om nieuwe regels in te voeren. De islam stelt echter dat mensen in essentie te beperkt zijn om de mens en het leven in zijn totaliteit te kunnen begrijpen. Het is dan ook op z’n minst waarschijnlijk dat de wetgeving en het oordeel van de machthebbers door politieke lobby- groepen of hun eigen menselijke zwakheden en verlangens, gekleurd en beïnvloed kunnen worden. Daarom heeft de wet een aantal tijdloze, vanzelfsprekende en universele principes nodig, die los staan van enig van menselijk ingrijpen, om schendingen van de mensenrechten te voorkomen. Het “recht op leven” is zo’n principe. Wie kan daar iets tegen inbrengen en wie kan zeggen dat het alleen op bepaalde momenten geldt? Aangezien God de mens heeft ontworpen en geschapen, heeft Hij de beste positie om ons de principes van het leven bij te brengen, opdat niemand de rechten van een ander schendt. Daarom heeft alleen God het recht de principes van de wet vast te stellen.

De islamitische geboden en verboden die de kern van de Sjaria vormen, centreren zich rond het beschermen van vijf basale mensenrechten: vrijheid van mening(-suiting en geloof); het recht op leven; het recht op persoonlijk bezit; het recht op voortplanting; en het recht om (zowel geestelijk als fysiek) een gezond leven te leiden.

Hoewel de islam de Goddelijke autoriteit erkent, ligt er een inherente flexibiliteit in de islamitische wet besloten. In engste zin, gaan niet meer dan 80 verzen van een totaal van 6200 verzen in de koran, over wetgeving. In overleg met de inwoners van Medina (moslim en niet-moslimburgers) stelde Profeet Mohammed, vrede zij met hem, de eerste grondwet in de menselijke geschiedenis op. Dit document laat zien dat wanneer mensen zich houden aan de principes die in de Koran uiteengezet worden, ze in staat zijn zichzelf te besturen. Een van deze principes is de sterke nadruk op rechtvaardigheid, die de aard van de Sjaria onderstreept.

De Koran verklaart: “God gebiedt u het openbaar bestuur over te laten aan mensen met de juiste kwalificaties en rechtvaardig te oordelen wanneer u tussen mensen rechtspreekt.” (4:58).

Al meer dan duizend jaar vormt de Sjaria voor moslims met uiteenlopende politieke, demografische, culturele en raciale achtergronden, een gemeenschappelijke bron voor wetgeving en ethiek. Moslims genoten 1400 jaar eerder dan de ontwikkelde landen, de voordelen van een hoogwaardig rechtssysteem. De islam introduceerde de theorie en praktijk van het begrip “de regel van de wetgeving” in de omvangrijke moslimwereld. In de islam heeft het begrip “regel van de wet”een dubbele betekenis. Zo betekent het niet alleen dat de wet op iedereen in gelijke mate van toepassing is, maar ook dat regelgevers gelijk zijn aan een ieder van ons. Dat ze niet oppermachtig zijn en niet boven een aantal onveranderlijke principes staan. Dit geeft de wet een sterkere basis (4:135).

Het Arabische word “hadith” betekent een “gesproken woord” of een “gezegde”. In islamitische context verwijst het naar de opgetekende woorden van Profeet Mohammed, vrede zij met hem. De boeken waren in deze zijn verzameld, worden “hadith boeken” genoemd. Er bestaan zes populaire verzamelingen van authentieke hadith.

Dit zijn de verzamelingen van Boechari, Moeslim, Abu Davud, Nisai, Tirmidhi en Ibn Maja. Vanwege de strenge criteria die Boechari en Moeslim hebben toegepast om op objectieve wijze aan te tonen dat een verhaal authentiek is, nemen die van deze twee, een bijzondere plaats in. Een van de tien criteria die Boechari toepaste om te bewijzen dat een verhaal authentiek was, was bijvoorbeeld dat er bewijs moest zijn van een aaneengesloten keten van mensen die tijdens de periode waarin het verhaal zich afspeelde, leefden en elkaar daadwerkelijk gekend hadden. Wanneer alle zes verzamelingen gecombineerd worden, zijn er meer dan 9.000 vertellingen, waarbij de overlappende verhalen niet meegeteld worden. Ervan uitgaand dat dit een selectie is uit meer dan 100.000 verhalen, hebben moslims een hoge mate van vertrouwen in hun authenticiteit.

In de tijd van Profeet Mohammed, vrede zij met hem, werd de wetgeving werd zo stellig ingevoerd dat, hoewel er geen politiemacht was, de criminaliteit vrijwel te verwaarlozen was. Een joodse burger klaagde Ali, de vierde kalief en schoonzoon van de Profeet, vrede zij met hem, aan, omdat Ali hem ervan beschuldigde zijn schild gestolen te hebben. Omdat Ali niet kon bewijzen dat het schild van hem was, verloor hij de zaak. Toen de rechter Ali vroeg of hij aangedaan was, gaf hij een opmerkelijk antwoord, dat het gevoel van rechtvaardigheid laat zien, dat bereikt werd op een moment waarop de rest van de wereld nog geen echte wettelijke regels kende. Hij antwoordde: “Ik ben aangedaan omdat u, toen u ons vroeg om te gaan staan, tegen de eiser zei: ‘O, u joods persoon’ zei en tegen mij ‘O, kalief van de moslims’.

Dit zie ik als onrechtvaardigheid tegenover de eiser.” Op dezelfde wijze werd de Ottomaanse Sultan Mehmet II schuldig bevonden aan het ten onrechte straffen van een van zijn niet-moslim ingenieurs voor het maken van een fout bij de bouw van het Topkapi Paleis. Hij moest een hoge boete betalen uit eigen zak. Dit zijn slechts twee van vele voorbeelden uit de islamitische geschiedenis, die laten zien dat het staatshoofd voor de wet gelijk is aan een arme, een moslim geen voorkeursbehandeling geniet ten opzichte van een niet-moslim en het recht, ongeacht de eiser of de inhoud van de zaak, zal zegevieren.

Met hun oproep tot het invoeren van de Sjaria willen sommige moslims terug naar een rechtssysteem dat op de islam is gebaseerd. Wat ze eigenlijk willen is vrijheid, rechtvaardigheid en een einde maken aan wetten die alleen in dienst van een militaire dictator staan of een onderdrukkend seculier regime dat een snel veranderende samenleving lijkt tegen te houden. Aangezien moslims zeer succesvol en gelukkig waren, toen ze een op Allah georiënteerde samenleving hadden, geloven zij dat hun problemen zullen eindigen door terug te keren naar een op de islam gebaseerde sociale orde.