wetenschap

Wat voor betekenis heeft het allereerste Koranvers?

Het Goddelijke bevel om de boodschap van de islam uit te dragen begint met het verheven gebod “Iqra”. Dit woord (wat in relatie staat tot het woord Koran ) wordt meestal vertaald met “reciteer!”, maar het betekent ook “hardop opzeggen” of “lezen”. Het is niet bedoeld voor een enkel persoon of voor een bepaalde gelegenheid. Eerder is het bedoeld, via de Profeet Mohammed, vrede en zegeningen zij met hem, voor de hele mensheid. Toen Hij dit gebod hoorde en steunde, vertegenwoordigde de Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, de gehele mensheid in haar verbondenheid met Allah. “Iqra” is daarom een uitdrukkelijk universeel bevel, een introductie voor ieder van ons in de islam, die van ons eist dat we het beste in ons wezen en daden zoeken, dat we het pad betreden dat ons wegleidt van onvolmaaktheid naar deugdzaamheid en geluk, zowel in deze wereld als in het hiernamaals.

“Iqra” is een bevel om de tekens te lezen die de Schepper in de schepping heeft verwerkt om ons in staat te stellen iets van Zijn Genade, Wijsheid en Macht te begrijpen. Het is een aansporing om, door ervaring en besef, de bedoeling van Zijn schepping te begrijpen. En “Iqra” is tegelijkertijd een feilloze verzekering, dat de schepping inderdaad begrepen kan worden, dat het “verstaanbaar” is. Hoe beter we haar lezen, des te beter begrijpen we dat de geschapen wereld een enkel universum is wiens schoonheid en harmonie de Bewaarde Tablet (de “lawhoe mahfoez”, genoemd in de Koran, 85:21) weerspiegelt, waarop- door Goddelijke wil- alle dingen zijn opgeschreven, elke nietige bijzonderheid in al zijn relaties met elke andere bijzonderheid, van voor het begin tot na het eind der tijden.

Er is niets dat Allah niet heeft geschapen. Aan elk onderdeel van de schepping, of het nu dierlijk is of niet, of het nu een wezen is of een voorwerp, heeft Allah de bestemming gegeven een “pen” te zijn, een optekeninstrument. Dienovereenkomstig is alles geregistreerd en zal het blijven registreren van alles wat ermee is overkomen wat ermee in verband staat, zowel wat betreft de gebeurtenissen die het veroorzaakt als de gebeurtenissen die het ondergaat. Alleen de mens is ietwat anders.

Elk onderdeel, dierlijk of niet, is een boek dat zijn verhaal bevat en vertelt. Dat is waarom de aansporing aan ons “lees” luidt in plaats van slechts “schouw aan”. De tekens in de schepping – deze boeken- zijn er niet voor ons om passief aan te zien; ze zijn er eerder voor ons om actief te “lezen”, om te verklaren met onze geesten, om te bevatten. Dit grootse universum, vol met ontelbare bijzonderheden- zulk een grote bibliotheek is het samengesteld voor de opleiding van de mens, die, hoewel een deel ervan, toch anders is. Als toevoeging aan de plicht om te registreren, te schrijven, is de mens ook de bijzondere eer ten deel gevallen te “lezen”. Welk een verheven gebod is het, dit “Iqra”! In tegenstelling tot alle andere wezens in de schepping, is het voor ons niet voldoende dat we de wereld ervaren, het is van grootste belang dat we hem kennen.

Wetenschap is het bestuderen van de natuur en de werking van alle dingen in het heelal, van de eensgezindheid en beginselen die hun wisselwerking bepalen. Wetenschap verzamelt kennis, enerzijds door middel van observatie en classificatie, anderzijds d.m.v. verklaring en experimenten.

Is de islam in overeenstemming met het verstand?

Islam betekent onderwerping aan Allah en Islam is inderdaad in overeenstemming met de rede en het verstand. Dit is zo omdat zo’n onderwerping niet in tegenstrijd is met de rede en het verstand. Laat ons dit uitleggen en laat ons dit proberen te doen in overeenstemming met de rede en het verstand.

Het is redelijk en logisch dat de principes van het geloof welke verplicht zijn begrepen en nageleefd te worden, uiteengezet moet zijn in de Koran. Hoe zouden we deze anders kennen? De Koran is een openbaring van de waarheid. De uitleg die hierin wordt geboden, betreffende goddelijkheid vereisen profeetschap, aangezien onze kennis over goddelijkheid niet los van profeetschap gezien kan worden. Inderdaad, door de profeten heeft Allah zich bekend gemaakt aan de mensheid. Zoals de uitleg betreffende Goddelijkheid en profeetschap overeenstemmen met de rede en het verstand, zo geldt dat ook voor de dood en wederopstanding. Het gevoel van eeuwigheid die de mensheid heeft, komt eigenlijk van het eeuwige leven zelf. Als dat niet zo was, zou zo’n gewaarwording niet kunnen bestaan binnen de grenzen van de menselijke ervaring en voorstellingsvermogen.

Wat betreft de Heilige Boeken: Zij zijn de woorden van God. Van al deze boeken is de Koran de laatste en de enige ongewijzigde die naar ons is gezonden.

Als alle djinns en de hele mensheid samen zouden proberen een vers te maken die te vergelijken valt met de verzen uit de Koran, dan nog zouden ze het niet kunnen realiseren. De Thora, de Psalmen en de Gospel waren in hun oorspronkelijk geopenbaarde vorm de woorden van God, maar niet in hun huidige gewijzigde vorm. Het is niet onze intentie hier te discussiëren hoe alle takken van de principes van de ‘Dien’ in overeenstemming zijn met de rede en het verstand. Ons doel is slechts te bewijzen dat alle zaken die met het geloof in de slam te maken hebben kunnen worden geverifieerd met de rede. Toch betekent zo een demonstratie weinig of niets op het niveau van werkelijk diepe menselijke waarneming.

Elke daad van Allah is in principe in overeenstemming met de rede en het verstand aangezien hij de Alwetende is (de sublieme Wijsheid), wiens werken doelmatig zijn, niet nutteloos, fictief. We hebben geen andere mogelijkheid dan te concluderen dat vergeleken met de werken van God, de werken van bekwame mensen bijna in het niet vallen. De wereld welke aan ons gegeven is en waarin we leven overtreft altijd, alles wat ons leven aan die wereld toevoegt; en wat wij ook toevoegen aan die wereld komt door God. We kunnen hierdoor tot een helder inzicht komen dat Allah een bepaald doel heeft in elk van zijn handelingen. Dit is een realisatie geheel in overeenstemming met de rede en het verstand.

We kunnen niet anders dan in Allah (de Almachtige) geloven. God, die wij aan de ene kant begrijpen door overpeinzing van de Goddelijke Wetten die werkzaam zijn in de wereld om ons heen en aan de andere kant door inwendige persoonlijke overtuiging.

Dat geloof in God, dat gevoel van Zijn aanwezigheid of het nu in de buitenwereld is of in onszelf, leidt onvermijdelijk tot onderwerping aan God. Zo’n pad dat begint bij rede en verstand leidt tot onderwerping. En onderwerping betekent bereidwillige en doelbewuste gehoorzaamheid aan God, aan al zijn geboden en verboden, door te bidden, vasten, aalmoezen te geven, de bedevaart en door het vermijden van, corruptie, giftige drankjes, afgodendienst, overspel en dergelijke.

Waar leidt onderwerping ons naartoe?

Allah heeft zeker redenen voor zijn geboden en verboden, waarvan we sommigen kunnen begrijpen. Een reden is, bijvoorbeeld, het voordeel dat we eruit kunnen halen, zowel individueel als collectief, door ons aan die geboden en verboden te houden. Er zijn meerdere redenen waarom elk van de vijf dagelijkse gebeden, op elk bij dat gebed behorende tijdstip uitgevoerd moet worden (zelfdiscipline, orde en stabiliteit van geloof en gemeenschap, bijvoorbeeld). De wijze van bidden is om bepaalde redenen ook voorgeschreven. De grote waarde van het wassen van bepaalde delen van het lichaam in voorbereiding op het bidden (wudu) spreekt voor zich. Gemeenschappelijk bidden speelt een zeer grote rol in het mogelijk maken en ondersteunen van het leven van een gelovige gemeenschap. Zakat, de aalmoezengift, draagt een gewichtig steentje bij aan het handhaven van de verantwoordelijkheid en balans tussen de rijken en armen in een maatschappij. Vasten heeft een ontegenzeglijk voordeel voor de gezondheid. Als een ander voorbeeld, Islamitische strafrecht (in een sociale context gecreëerd door de islamitische gemeenschap die zich houdt aan de Goddelijke geboden) welke, als het zou worden bestudeerd in het licht van de rede en het verstand, zal leiden tot onderwerping aan God, de Sublieme Wijsheid en Almachtige.

Bij de beschouwing over de Haddj (bedevaart) zegt de Koran, dat Pelgrimage naar het Huis een verplichting aan Allah is voor iedereen die de middelen heeft de reis te maken (Koran, 3:97). Dit is een helder gebod. Als we dit horen en gehoorzamen zonder vraag, voeren wij de pelgrimage uit, en deze daad versterkt de onderwerping. Waar leidt deze onderwerping naartoe? Tot de ervaring van de Haddj welke op zijn beurt leidt tot nadenken over zijn voordelen. We zien dat de Haddj dienst doet als een wereldwijde conferentie van Moslims, een gelegenheid om bij elkaar te zijn voor Gods zaak, zonder onderscheid van ras, geslacht, kleur of onderwijsniveau.

Of we nu beginnen met een daad van onderwerping en het gebruik van ons verstand, of we gebruiken ons verstand en worden daardoor tot onderwerping gebracht, in beide gevallen wordt de Islam bevestigd. Dit komt doordat het geloof gebaseerd is op de rede en het verstand en de onderwerping. Het is een systeem die Allah in werking heeft laten treden en het had niet anders geordend kunnen zijn.

Wat is de houding van de islam tegen de wetenschap?

De islam en de Koran spreken de wetenschappelijk bewezen feiten niet tegen, ze moedigen integendeel de mensheid aan om het universum en de wetten die het functioneren ervan regelen, te observeren en daarover na te denken. In bijna 15 % van de Koran, in meer dan 700 verzen staan boodschappen als: “Voorwaar ! In de schepping van de hemelen en aarde en in de afwisseling van de dag en nacht liggen voorzeker Tekenen voor degenen die begrijpen. Degenen die zich staand, zittend en op hun zij liggend verheugen over de lofprijzingen van Allah en nadenken over de (wonderen der) schepping in de hemelen en op aarde (zeggen): “Onze Heer ! U heeft dit niet vergeefs geschapen …” (3:190-191)

Er staan ook vele verzen in de Koran die expliciet wetenschappelijk van aard zijn. Vele wetenschappelijke ontdekkingen van de laatste jaren, werden 14 eeuwen geleden al in de Koran vermeld. Zo spreken de verzen “Zien degenen die niet geloven dan niet dat de hemelen en aarde één waren, maar Wij ze uiteen gehaald hebben en zullen zij dan niet geloven dat Wij elk levend wezen uit water hebben gemaakt.” (21:30) en “En Wij brachten de hemel met kracht omhoog en zeer zeker laten Wij hem uitdijen.” (51:47) duidelijk over de Big Bang, het uitdijende universum en levende wezens, die voornamelijk uit water bestaan; allemaal concepten die rond de 7e eeuw na Christus nog niet bekend waren.

Vanaf de eerste dagen van de islam, combineerden geleerde moslimmannen en –vrouwen, met kennis van de leringen uit de Koran, het bestuderen van de materiële en spirituele wetenschappen met diepgaande spirituele beoefening. Dit heeft ertoe geleid dat de moslims de wetenschappelijke erfenis van die tijd bewaarden, onschatbare bijdragen leverden en belangrijker nog, een moderne wetenschappelijke methodologie ontwikkelden, die zij vervolgens aan Europa doorgaven om de huidige beschaving mee te voeden.

De islam staat niet negatief tegenover wetenschap of verstand. Sterker nog, de islam moedigt het gebruik en de ontwikkeling van beide juist aan. De wetenschap is een weerspiegeling van het universum, dat de geschapen entiteit van Allah is. Het verstand is ook een wezenlijk geschapen aspect van de menselijke geaardheid, dat de mens van de rest van de schepping onderscheidt. Geen enkele, in zijn oorspronkelijke vorm behouden, geopenbaarde religie kan tegen waarneembare feiten van het universum of verstand gekant zijn. In dit opzicht is de Islam gemakkelijk te verenigen met wetenschap en verstand.

Welke belangrijke islamitische wetenschappers zijn er?

Enkele bekende wetenschappers uit de geschiedenis zijn:

Abbas ibn Firnas

Islamitische geleerde van Berberse afkomst. Zijn naam was Abbas ibn Firnas (810-888 na Chr.). Hij was een zeer veelzijdige Islamitische geleerde van Berberse origine. Hij was geleerde, ingenieur, arts, Arabisch dichter en Andalusisch muzikant.

Met name op het gebied van de wetenschap was hij erg actief. Ibn Farnas is de uitvinder van de waterklok; ook wel al-Maqata genoemd. Deze werd tot de 14e eeuw over de hele wereld gebruikt om de tijd bij te houden. Ook bedacht Ibn Firnas een wijze om kleurloos glas te maken, en was hij de eerste wetenschappelijk geleerde die een proces wist te ontwikkelen waarmee steen tot glas kon worden gesneden. Ook heeft hij materialen ontwikkeld, waarmee de bewegingen van planeten en sterren gesimuleerd konden worden. Maar zijn belangrijkste uitvinding, is die van het vliegen. Abbas Ibn Firnas was namelijk de eerste persoon ter wereld die een wetenschappelijke poging wist te doen tot vliegen.

In 875 vervaardigde hij grote houten frames in de vorm van vleugels. Deze maakte hij af door er veren op te plaatsen. Hiermee wilde hij het vliegmechanisme van vogels nabootsen. Met zijn zelf ontworpen ‘vleugels’ wist hij een korte afstand al vliegende af te leggen. Echter, een goede wijze om te landen bleef uit. Daardoor kwam hij na zijn korte ‘vlucht’ tot een val, waardoor hij verwondingen aan zijn rug opliep. Ibn Firnas heeft daardoor geen nieuwe vlieg-poging gedaan, en hij stortte zich verder op zijn overige wetenschappelijke uitvindingen. Toch heeft hij met zijn vlucht veel roem vergaard. Ook is hij vanwege zijn overige wetenschappelijke uitvindingen bekend geworden, en wordt hij in de wetenschappelijke wereld zeer gerespecteerd. Zo is de Ibn Firnas krater op de maan naar hem vernoemd. Ibn Firnas stierf in 888. Zijn nakomelingen bleven gelukkig wel over hem en zijn mooie uitvindingen schrijven.

Jabir ibn Hayyan

De belangrijke rol van wetenschap in de islam: Jabir ibn Hayyan

Jabir ibn Hayyan is de uitvinder van experimentele scheikunde. Hij wordt dan ook “de vader van alle scheikundigen” en “de vader van de scheikunde” genoemd. Hij was de eerste ‘chemicus’ die zijn informatie vergaarde door middel van het uitvoeren van experimenten en de resultaten van deze experimenten te observeren. Jabir slaagde er hierdoor in de scheikunde tot een wetenschappelijke methode te ontwikkelen.

Hij legde de basis voor het voorbereiden, behandelen èn toepassen van chemische substanties, waardoor hij werd gezien als de meester der scheikundigen. Zo heeft de wetenschap (o.a.) de volgende basistechnieken in de scheikunde te danken aan Jabir: kristallistie, calcinatie, sublimatie en verdamping. Ook is hij de ontdekker van zwavelzuur, zoutzuur, salpeterzuur, citroenzuur, azijnzuur en wijnsteenzuur. Verder was hij de eerste chemicus die zwavel en kwik wist te classificeren als elementen en deze wist te zuiveren en isoleren. Jabir wist zijn ontdekkingen ook toe te passen op processen in de praktijk, door bijvoorbeeld het voorkomen van roest op metalen mogelijk te maken. Zo profiteerde iedereen van zijn ontdekkingen.

De reden dat Jabir zoveel invloed heeft gehad op de wetenschap, ligt in het feit dat hij de hele zienswijze rondom scheikunde en chemie heeft veranderd. De scheikunde begon namelijk ooit als een ‘bijgelovige’ zaak, die haar oorsprong vond in oude legendes. Jabir was de gene die de experimentele methodes ontwikkelde waarmee hij de wereld leerde uit te gaan van directe waarnemingen en niet van ideeën, legendes en mythen. Hij heeft zoveel scheikundige ontdekkingen gedaan, dat de scheikunde constant werd gelinkt aan zijn naam. Zo werd er gesproken over “de scheikunde van Jabir” en “Jabir’s handwerken”. Jabir werd in 721 geboren in het huidge Iran. Hij werd 95 jaar oud en stierf in 815 in het huidige Irak.

Grondlegger van de geneeskunde: Ibn al-Nafis

Ibn al-Nafis was een Islamitische geneesheer, die in de 13e eeuw als eerste medicus ontdekte dat de bloedsomloop door de longen loopt. Hij werd in 1213 geboren in Damascus, waar hij tot zijn 23e levensjaar is blijven wonen. Daar genoot hij ook onderwijs aan de Bimaristan Al-Noori: ook wel de Medical College Hospital genoemd. Behalve geneeskunde, was Ibn al-Nafis ook zeer ver ontwikkeld op het gebied van Islamitsche wetscholen, theologie en literatuur. Hij is zelfs benoemd tot expert in de Shafi’i wetschool.

In 1236 verhuisde al-Nafis naar Egypte, waar hij een loopbaan begon in het Al-Nassri ziekenhuis. Hierna groeide hij door en werd hij hoofd geneeskunde in het Al-Mansouri ziekenhuis, waar hij door zijn uitmuntende expertise zelfs werd verkozen tot persoonlijke geneesheer van de Sultan.Voordat Al-Nafis zijn grote medische ontdekking kenbaar maakte aan de wereld, geloofde men in de theorie van Galen. Hij stelde, dat het bloed dat terecht komt in de rechter hartkamers, door ‘onzichtbare’ poriën in het hart heen reisde om zo terecht te komen bij de linker hartkamers. Het bloed zou zich hier mengen met zuurstof, waardoor het naar de rest van het lichaam zou kunnen worden gepompt. Zoals we dankzij al-Nafis weten, is dit geheel inaccuraat. Het was Al-Nafis die door zijn kennis, ervaring en onderzoeken ontdekte dat de bloedsomloop niet via onzichtbare poriën liep, maar door de longen.

In zijn leven schreef al-Nafis meerdere medische boeken. Zo heeft hij o.a. boeken gepubliceerd over oogheelkunde en de effecten van diëten op onze gezondheid. Daarnaast schreef hij ook commentaren op reeds gepubliceerde medische en juridische schriften. Een van zijn bekendere commentaren is die op het boek van Hippocrates; een arts uit de Griekse Oudheid. Naast medische boeken schreef al-Nafis ook theologische boeken in romanvorm. Zo wordt zijn wereldwijd bekend boek ‘Al-Risalah al-Kamiliyyah fil Siera al-Nabawiyyah’ (in het Westen bekend als ‘Theologus Autodidactus’) gezien als zowel de eerste theologische roman, als de eerste science – fiction roman. Ibn al-Nafis stierf op 74 jarige leeftijd in Cairo, maar liet een groots nalatenschap achter waarmee hij de medische- en literaire wereld blijvend heeft veranderd.

Mohammad ibn Musa Al-Chwarizmi

Mohammad ibn Musa Al-Chwarizmi was een islamitische Perzische wetenschapper, die uiteindelijk de grondlegger van algebra en het algoritme in de wiskunde is geworden. Hij werd geboren in Khiwa: een stad in de streek Khwarizm, dat in het huidige Oezbekistan ligt. Hij leefde van ongeveer 775 tot 850. Al-Chwarizmi vertrok naar Bagdad om daar te studeren en te werken als wiskundige. Hij verbleef er in het Huis der Wijsheid (Bayt Al-Hikmah); een islamitische academie der wetenschappen. Daar leert Al-Chwarizmi Arabisch, wat in de islamitische wereld de taal van de wetenschap was. Ook specialiseert hij zich in sterrenkunde, wiskunde, astrologie en geschiedenis. Al-Chwarizmi vergaarde roem door zijn boeken over algebra en rekenkunde. Deze boeken werden vertaald naar het Latijn, waardoor ze van wereldwijde invloed waren. De wiskunde en rekenmethodes uit het Midden-Oosten werden hierdoor geïntroduceerd aan de Europese wetenschappelijke wereld.

Met name de Arabische algebra en het getallenstelsel van ‘0 tot 10’ werden door Al-Chwarizmi bekend in de wetenschap. Door zijn systematische en logische manier van het oplossen van lineaire en kwadratische vergelijkingen, wist hij gestalte te geven aan de algebra. Dit is de grondslag van de informatica technologie zoals wij die heden ten dage kennen. De grote invloed die hij heeft gehad is terug te zien in het gebruik van bepaalde wiskundige termen. Zo komt het woord ‘algoritme’ direct van de Latinisering van de naam Al-Chwarizmi, en is dus direct naar hem vernoemd. Ook gebruikte hij in de titel 1 van zijn boeken het woord ‘al-jabr’, wat door de Latijnen is vervoegd tot het woord ‘algebra’. Dit betrof het eerste boek ooit dat over algebra werd geschreven.

Behalve de wiskunde, was Al-Chwarizmi ook een pionier in de sterrenkunde, astronomie en astrologie. Hij vervaardigde een handboek waarin hij inzicht gaf in hoe hij de exacte posities van de 7 zichtbare planeten berekende. Het gaat hierbij om de zon, de maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Daarnaast leverde hij enorme bijdragen aan trigonometrie en geografie. Zo schreef hij het boek

Kitab Surat al- ard: Het boek over de vorm van de aarde. Hierin gaf hij een beschrijving van de wereld zoals op dat moment bekend was, waarin hij de coordinaten van alle belangrijke plekken op aarde opnieuw had berekend. Zijn berekeningen waren veel nauwkeuriger dan ooit tevoren.

Met zijn gigantische bijdrage aan de wetenschap wist Al-Chwarizmi’s invloed zo ver te reiken, dat hij als islamitische geleerde de basis legde voor de Renaissance en de Wetenschappelijke Revolutie.