voorstelling

Hoe moeten we ons de geest voorstellen?

Alhoewel de wetenschap nog niet klaar is om dit te aanvaarden, zijn er behalve de onderverdelingen in de wereld, zoals de werelden der planten, dieren en menselijke wezens en de wereld der djinn, vele andere werelden in het universum, de ene in de andere begrepen, boven de andere of de andere omvattend. Van deze werelden is het de zichtbare, materiële wereld waarin we leven en die zich aan onze zintuigen voorschotelt. Van de kleinste deeltjes tot de sterrennevels, is deze wereld de sfeer waar God Almachtig leven geeft, koestert, vernieuwt en laat sterven. Wetenschappen houden zichzelf bezig met de verschijnselen in deze wereld.

Boven de zichtbare, materiële wereld is er de immateriële wereld van de Goddelijke Wetten of Geboden. Om enige kennis van deze wereld te hebben, kunnen we bijvoorbeeld beschouwen hoe een boek of een boom of een menselijk wezen ontstaat. Het belangrijkste deel van het bestaan van een boek is de betekenis ervan. Zonder dit gegeven is het onmogelijk voor een boek om te worden gemaakt, ongeacht de hoeveelheid papier en de kwaliteit van de drukpers. Een tweede voorbeeld gaat over de kracht die een zaadje aanzet om te ontkiemen in de aarde en uit te groeien tot een boom. Dit gebeurt door de gave van de essentie van het leven en de wetten der kieming en de groei, die aan dit zaadje zijn geschonken. We kunnen zelfs met het blote oog de ontkieming van een zaadje en de verdere ontwikkeling tot een boom waarnemen. Maar de essentie van het leven en de wetten der groei en der kieming zijn noodzakelijk om de geboorte en de groei van een nieuw levend wezen te verzekeren, zelfs al zijn deze onzichtbaar of onwaarneembaar. Anders zouden er geen planten in de wereld zijn.

Op een gelijkwaardige manier, is het lichaam van een vrouw elke maand door menstruatie, voorbereid om te worden bevrucht. Dit proces wordt voorgeschreven door een biologische wet. Van miljoenen mannelijke zaadcellen die zich in het lichaam van de vrouw begeven, is er één die de eicel bereikt en deze bevrucht. Daarna stopt de menstruatie tot de geboorte. Ook dit proces wordt door een (andere) biologische wet geregeld. De ontwikkeling van het embryo in een nieuw individu, met vele tussenstappen, is een derde proces, geregeld door alweer een andere biologische of embryonale wet. Dit proces wordt in de Koran zeer uitdrukkelijk beschreven: ‘Mens!, Wij schiepen uit een essentiële vorm van klei. Dan hebben we hem als een druppel zaad in een rustplaats gezet, stevig bevestigd. Dan hebben we dit zaad, sperma, in een weefsel van samengeklonterd bloed omgevormd en maakten hier een klomp (embryo) uit. Dit voorzagen we van beenderen en bekleedden deze met spieren en vlees. Tenslotte ontwikkelden we dit tot een nieuw, onderscheiden en individueel, wezen. (Soera al Moe’minoen 23, 12-14)

Dit proces gebeurt, volgens de beschrijving in de Koran, binnen drie sluiers van duisternis: ‘Hij schiep u in de lichamen van uw moeders, in verschillende stappen, één na één, in drie sluiers van duisternis.’ (al-Zumar, S39, A6)

Deze drie sluiers zijn de buikholte, het lichaam en het membraan of vlies. Het zijn de bestanddelen van de membranen der foetus of de drie gebieden van de ‘decidua’: decidua basalis, decidua capsularis en de decidua parietalis. Eigenlijk bespreken de Verzen elk van deze betekenissen.

We besluiten het bestaan van al deze wetten uit bijna ongewijzigde herhalingen van al deze processen. Op dezelfde manier, door het observeren van de natuurlijke verschijnselen rondom ons, besluiten we ook dat er nog vele andere wetten bestaan zoals de aantrekkingswet en de afstotingswet, en het bevriezen en het verdampen van water.

Daarom is de geest een wet, die zoals alle andere, voorkomt uit de wereld der Goddelijke Wetten en Geboden. Nochtans, in tegenstelling met al de andere wetten, is de menselijke geest een levende, bewuste wet. Het vers: ‘Zeg! de geest komt uit het Bevel van mijn Heer’ (al-Isra’ S17, A85) stelt dat de geest uit de wereld der Goddelijke Bevelen komt, niet uit de zichtbare, materiële wereld.

Indien de geest, van leven en bewustzijn werd ontdaan, dan zou het een wet worden. Als anderzijds de wetten, van leven en bewustzijn werden voorzien, dan zouden zij elk een geest worden.