voorkeur

Wat houdt het voorkeur geven aan de anderen in de Islam in?

De voorkeur aan anderen geven boven jezelf, betekent volgens de moralisten, het voorrang geven aan de gemeenschappelijke belangen van de gemeenschap over het eigen belang; volgens de spirituelen, houdt het in dat men zichzelf toewijdt aan de levens van anderen, in vergetelheid van alle eigen zorgen. Het is zelfopoffering in het belang van anderen.

Het tegenovergestelde is gierigheid en egoïsme die voortvloeien uit hebzucht en gehechtheid aan deze wereld. Zowel gierigheid als egoïsme worden beschouwd als redenen voor distantiëring van de Schepper, de schepsels, en het Paradijs. Terwijl gierigheid voortkomt uit hebzucht en gehechtheid aan de wereld, vloeien vrijgevigheid, welwillendheid en perfecte goedheid voort uit altruïsme.

Vrijgevigheid betekent dat gelovigen een deel van hun bezittingen aan anderen geven zonder enige onrust in het hart te voelen. Welwillendheid betekent het afhankelijk maken van het eigen geluk aan de hand van het geluk van anderen, en meer dan dat, namelijk het welzijn van anderen plaatsen boven het eigen geluk. Wat perfecte goedheid of uitstekendheid (Ihsan) betreft, betekent dit dat men de voorkeur aan anderen geeft, zelfs wanneer men zelf behoeftig is. De Koran verwijst naar dergelijke uitmuntendheid of de hoogste mate van altruïsme in dit vers (59: 9):

Zij verlenen hun voorrang boven zichzelf, zelfs indien ze zelf behoeftig zijn. Degenen die zichzelf beschermen tegen de gierigheid van hun ego. Diegenen, zij zijn welslagenden.

Altruïsme (voorkeur geven aan anderen) is waardevol wanneer men het vrij kan bereiken en volgen; het heeft geen waarde als men ertoe wordt gedwongen of als men een dergelijke handeling niet uit eigen vrije wil uitvoert.

De vrijgevigheid en welwillendheid die voortvloeien uit en die dimensies zijn van altruïsme hebben de volgende niveaus:

– Het opofferen van je ziel in Gods weg (voor de zaak van Allah), dus in het belang van geloof en voor het welzijn van de gelovigen en de samenleving, wordt beschouwd als de hoogste graad van nobelheid.

– In staat zijn, als het nodig is, om af te zien van een (terechte) aanspraak op leiderschap of soortgelijke hoge positie voor het welzijn en de eenheid van de samenleving, wordt gezien als altruïsme die een stap onder de eerste graad is.

– De voorkeur geven aan de (economische) welzijn van anderen boven de eigen welzijn, is een derde graad van nobelheid.

– Het toestaan van anderen om te profiteren van jouw kennis en ideeën, zonder er iets voor terug te verwachten, is een deugd, maar niet zo nobel als de voorgaande.

– Het geven aan anderen uit de eigen inkomen –dit bevat tevens de voorgeschreven en vrijwillige aalmoezen (zakaat en sadaqa).

– Warmte tonen, zacht spreken met vriendelijke woorden, nuttig zijn voor anderen, en het betrokken zijn bij verschillende instanties die goed doen. Dit zijn voorbeelden van altruïsme die bijna iedereen kan nastreven in elke situatie.

De eerste van deze niveaus van vrijgevigheid en welwillendheid is een diepe en fundamentele dimensie van altruïsme die niet iedereen kan bereiken. Maulana Jami ‘, de auteur van Baharistan (Het Land van Lente), drukt het als volgt uit:

Het is makkelijk om vrijgevigheid te tonen met goud en zilver. Zij die het meeste respect verdienen zijn zij die vrijgevig zijn met de ziel.

Bepaalde karakteristieken en niveaus van altruïsten zijn:

– Het aanbieden van voedsel en het voeden van anderen ten koste van de eigen honger en dorst, en jezelf negeren ten behoeve van de anderen, op voorwaarde dat de rechten van niemand wordt geschonden. Dit is een deugdzame karakteristiek van oprecht vrome, ‘heilige’ mensen.

– Ondanks alle tegenslagen, het besteden van de gunsten van Allah (God) in Zijn weg en puur voor Zijn welbehagen. Dit dient op zodanige manier te gebeuren dat de besteder zelfs vergeet dat hij het heeft besteedt op de weg van Allah. Deze deugd is vooral voor mensen die ‘dicht’ bij Allah staan, en die veel meer plezier ervaren in het geven dan te ontvangen.

– Alle prestaties toekennen aan Allah (God), zonder een aandeel in jezelf te zien, zonder er iets voor terug te verwachten, zelfs in de vorm van spirituele genoegens. Alles wat men doet moet in godsnaam zijn, door altijd bewust te zijn van Hem en door jezelf te ervaren als een schaduw van het licht van Zijn bestaan.

Deze laatste is de houding en handeling van zij die het dichtst bij Allah (God) staan, zoals in de eerste plaats de edelste van de mensheid en de grootste van alle tijden en plaatsen, Profeet Mohammed (vzmh). Zijn hemelvaart is een blijk van toekenning van de hoogste eer als een beloning voor zijn onophoudelijke inspanningen voor een perfecte kennis van God. Zijn terugkeer van de rijken voorbij de hemelen om weer onder de mensen te zijn in deze wereld is zo’n grote mate van altruïsme die niemand anders ooit heeft kunnen bereiken. Hij die het Paradijs zag en hij die zijn tranen liet vallen in de kuilen van de hel voor de redding van de mensheid is een blijk van de groots mogelijke vorm van altruïsme.

Mag men de voorkeur geven aan bepaalde mensen bij het uitnodigen tot het goede pad?

Profeet Mohammed, vrede zij met hem, was op een dag aan de vooraanstaande personen van Mekka de islam aan het verkondigen. Terwijl de profeet aan het vertellen was kwam er een blinde man genaamd Ibn Umm Maktum naar hem toe en zei: “O boodschapper van Allah! Vertel mij de dingen die Allah jou heeft geleerd; lees mij de Koran voor”. Omdat de profeet op dat moment bezig was de islam te vertellen aan de vooraanstaande personen van Mekka negeerde hij dit verzoek. De profeet ging door met zijn gesprek. De blinde man herhaalde zijn verzoek.

De profeet was er niet van gediend dat hij telkens werd onderbroken terwijl hij een belangrijk gesprek met de vooraanstaande personen van Mekka had. Hij negeerde de blinde man opnieuw. Ibn Umm Maktum kon immers elk moment bij hem langskomen, maar de vooraanstaanden van Mekka weer bij elkaar verzamelen zou moeilijk zijn en als zij moslim zouden worden en hun vijandschap zouden verlaten zou heel Quraish de islam accepteren.De blinde man bleef zijn verzoek echter vastbesloten herhalen totdat de profeet zijn gesprek met de vooraanstaanden niet kon voortzetten.

De profeet stoorde zich aan de situatie. Hij fronste en draaide zijn rug om naar de blinde man om verder te gaan met zijn gesprek. Nadat de profeet klaar was met zijn gesprek met de vooraanstaanden, werd de Soera Abasa geopenbaard. In de verzen werd Profeet Mohammed door Allah vermaand voor zijn gedrag en werd ook uitgelegd waarom. De verzen die over de blinde man gaan zijn het volgende:

1. Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af.

2. Omdat er een blinde man tot hem kwam.

3. (Mens) wat weet gij? Misschien wilde hij zich laten louteren.

4. Of hij kon om raad komen, en die raad zou hem van nut kunnen zijn.

5. Maar aan hem, die onverschillig is

6. Schenkt gij uw aandacht,

7. Hoewel gij er niet voor aansprakelijk zijt als hij zich niet loutert.

8. Maar hij die zich tot u haast,

9. En Allah vreest,

10. Voor hem zijt gij onverschillig.

11. Neen! Voorwaar, het is een vermaning.

12. Dus, wie het wil, laat hem er lering uit trekken.

(De Koran 80: 1-12)Met deze verzen maakte Allah duidelijk dat iedereen volgens de islam gelijk moest worden behandeld. Sociale of economische status, geslacht of uiterlijk maakten voor de islam niets uit. De islam is er voor iedereen. Een arm en zwak persoon kan in de ogen van Allah meer waard zijn dan de machtigste en rijkste persoon op aarde. Naar aanleiding van deze vermaning zette Profeet Mohammed de uitnodiging naar de islam dienovereenkomstig voort. Hij kreeg ook een speciale interesse in de blinde man, Ibn Umm Maktum. De profeet gaf Ibn Umm Maktum later zelfs administratieve taken. Zo wees de profeet hem in totaal maar liefst 13 keer aan als plaatsvervanger in Medina, toen hij op reis ging.