voorbeschikking

Geloven in de beschikking en bestemming

De zesde voorwaarde van het geloof (Al-Îmaan) is te geloven aan de Goddelijke bestemming (Al-Qader) en beschikking (Al-Qadâ). Om deze geloofsartikelen goed te kunnen begrijpen moet eerst de aard van de persoonlijke vrije wil (Al-Irâda(h) al-Djoez’iyya(h)) van de mensheid worden verklaard.

De vrije wil

Al-irâda(h) al-djoez’iyya(h) is de beperkte vrije wil, de wil om zelf te kiezen, die door Allah de Grootste aan de mensen is verleend tot de verwezenlijking van datgene wat men wenst.

Evenwel, deze beperkte wilskracht is van heel grote betekenis. Want als men de vrije wil gebruikt voor het nastreven van een goede daad, dan schept Allah die goede handeling. Gebruikt men daarentegen de wilskracht voor een slechte daad, dan doet Allah dat kwaad ontstaan. Bijgevolg verwerft men of hemel of hel met de eigen keuze van de vrije wil.

Voorzeker, de Schepper is alleen Allah de Grootste; als Allah iets niet wenst en dus niet schept, dan gebeurt het niet en het ontstaat niet. Een mens is degene die slechts wenst en werkt, iets met zijn wil nastreeft, terwijl Allah degene is die schept. Al-Irâda(h) al-Djoez’iyya(h), de aan mensen toegekende wilskracht, kunnen we vergelijken met het besturen van een automobiel. Men gaat in de richting waarin men het stuurwiel draait.

Het betekent, dat iemand die in de richting van het kwade heeft gestuurd, door de Goede Verordeningen van Allah niet op te volgen, zijn verantwoordelijkheid voor z’n zondige daden niet kan ontkomen door te zeggen: “ Wat kon ik doen als Allah het zo heeft gewild en bewerkt, (geweten en toegelaten)? Ja, Allah had het zo gewild, omdat de wil van die persoon zich in deze richting had bewogen. Maar Hij had het ook voor Zijn dienaar gewenst dat hij zijn vrije wil en inspanning zou gebruiken in gehoorzaamheid. Bovendien, als de mens zo’n vrije wil (dat is een voorkeurs-wil) niet had gekregen, dan zou Allah de Grootste aan Zijn dienaren ook niet de mogelijkheid en gelegenheid hoeven te geven zich te kunnen verantwoorden in een laatste ondervraging: want zonder hun vrije wil (eigen keuze) zou Hij Zijn dienaren dan hebben gedwongen het Goede of het slechte te doen. In werkelijkheid is Allah de Barmhartige ver ervan verwijderd Zijn dienaren tot zonde te dwingen en hen er vervolgens voor te bestraffen.

Waarom laat Allah natuurrampen plaatsvinden?

Het zou inderdaad oneerlijk zijn als het leven alleen maar zou bestaan uit dit aardse leven. Onze Barmhartige en Genadevolle Schepper leert ons dat dit aardse leven bedoeld is om ons voor te bereiden tot het eigenlijke oneindige leven: Het genot van deze wereld is gering. (Koran: 4:77)

Het leven op de wereld is niets dan leeg vermaak en een spel. Het verblijfplaats in het Hiernamaals, dat is het daadwerkelijke leven. Konden ze dit maar begrijpen! (Koran: 29-64)

Een oneindig leven dat begint nadat we onze beproevingen hier in dit korte leven hebben doorstaan.

Voorwaar, jullie zullen zeker beproefd worden met jullie bezittingen en jullie levens. (Koran: 3:186)

Natuurrampen zijn beproevingen die over een grote gebied komen. Omdat het een beproeving is wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen schuldigen – onschuldigen of volwassenen – kinderen. Onschuldigen en kinderen die materiele en geestelijke schade ondervinden of zelfs hun leven verliezen bij deze rampen zullen door Allah rijkelijk beloond worden.

Waarlijk, de beloning in het Hiernamaals is groter, konden ze dit maar beseffen! (Koran 16:41)