toekomst

Welke voorspellingen heeft de profeet Mohammed (vzmh) gedaan?

1. Oemar vertelde in een verhaal dat is opgetekend in de ‘Sahih al-Moeslim’: Alvorens het gevecht van Oehoed begon, wandelde de Boodschapper van God, vrede zij met hem, rond op het slagveld en wees op enkele plekken terwijl hij zei: Aboe Jahl zal hier worden gedood en ‘Oetba hier, Shayba hier, Walid hier, enz. Ik zweer bij Allah dat na het gevecht de dode lichamen van al deze mannen werden gevonden precies op de plekken die de Boodschapper had aangeduid. (Moeslim, Janna, 76,77)

2. Boechari en Aboe Dawoed citeren Habbab ibn Arat die zei: ‘Op een dag, tijdens de periode van marteling en onrust in Mekka, ging ik naar de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, die in de schaduw van de Kaba zat. Ik was nog steeds een slaaf in de handen van de Mekkanen in die tijd. Zij mishandelden mij erg en ik kon dit niet meer volhouden. Ik vroeg aan de Boodschapper van Allah om in zijn gebeden, hulp en redding voor mij te verzoeken. Maar hij wendde zich tot mij en zei: ‘Bij Allah, ik zweer dat voorgaande gemeenschappen ergere martelingen moesten ondergaan. Sommige moesten in grachten gaan liggen en werden dan met zagen in twee gesneden en dit deed hen niet hun geloof opgeven. Zij werden levend gevild maar toonden geen zwakte tegenover de vijand. Zeker zal Allah deze religie vervolmaken, maar gij toont té grote haast. Er zal een dag komen dat een vrouw, zonder begeleiding van San’a tot Hadramawt zal reizen en niets zal vrezen behalve wilde dieren. Nochtans toont gij ongeduld.’

Habbab vertelde verder: ‘Ik zweer bij Allah, alles wat de Boodschapper van Allah die dag voorspelde, is uitgekomen. Ik was er persoonlijk getuige van.’ (Boechari, Manaqib, 22 / Aboe Dawoed, Jihad 97)

3. Boechari, Moeslim en Ahmad ibn Hanbal vermelden: Gedurende de constructie van de moskee van de Profeet in Medina, vertelde de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, aan Ammar: ‘Wat een tragedie, Ammar, een opstandige groep zal u vermoorden.’

Ammar werd gedood tijdens het gevecht van Siffin door de aanhangers van Moe’awiya die in opstand kwam tegen de kalief Ali.(Boechari, Salah, 63 / Moeslim, Fitan 70, 72 / Ibn Hanbal, Moesnad, 12. 161, 164)

4. Voor zijn dood, riep de Profeet, vrede zij met hem, zijn dochter Fatima bij zich aan zijn ziekbed en voorspelde dat zij de eerste van zijn familie zou zijn om na zijn dood met hem verenigd te worden. Fatima vervoegde haar vader, de trots der mensheid, 6 maanden later. (Ibn Maja, Jana’iz, 65 / Moeslim, Fada’il al Sahaba, 15 : Ibn Hanbal, Moesnad, 3.197)

5. De Profeet, vrede zij met hem, voorspelde de Mongoolse invasie met de woorden: ‘ Het Uur zal komen dat gij zult vechten met een volk met rode gezichten, klein, met spleetogen en platte neuzen. Zij dragen harige leren laarzen.’ (Boechari, Jihad, 95, 96 / Aboe Dawoed, Malahim, 10 / Ibn Maja, Fitan 36)

6. Zoals wordt verteld door Hakim, Tirmidhi, Ibn Hanbal en Ibn Maja, bedoelde de Profeet, vrede zij met hem, door herhaaldelijk te verklaren:‘Gij zult na mijn dood, Aboe Bakr en Oemar volgen.’ dat die twee hem als kalief zouden opvolgen. Hij voorspelde ook dat de regering door Aboe Bakr kort zou zijn terwijl Oemar langer zou heersen, om vele overwinningen mogelijk te maken. (Hakim, Moestadrak, 3.75 / Ook vermeld bij Tirmidhi, Ibn Hanbal en Ibn Maja)

7. Volgens authentieke overleveringen, gaf de Profeet, vrede zij met hem, zijn gemeenschap goed nieuws dat zij Damascus, Jeruzalem, Irak, Perzie, Istanbul (Constantinopel) en Cyprus zouden veroveren en dat de religie der islam zo ver zou reiken als de meest afgelegen hoeken der wereld in het Oosten en het Westen. (Hakim, 4.445 / Ibn Hanbal, 4.303, ook vermeld door Moeslim en Tirmidhi)

8. De Profeet, vrede zij met hem, verklaarde: Deze onderneming begon met profeetschap en als een genade; daarna zal de genade een Kalifaat zijn. Vervolgens wordt het een wrede monarchie en tenslotte een onrechtvaardige tirannie. Hij voorspelde eveneens dat het Kalifaat na hem zeker 30 jaar zou duren en daarna in een wrede monarchie zou ontaarden. Al deze voorspellingen van de nobele Profeet, vrede zij met hem, werden waarheid.(Aboe Dawoed, Soenna 8 / Tirmidhi, Fitan 48 / Ibn Hanbal 4.273)

9. Volgens een authentiek verhaal verklaarde de Profeet, vrede zij met hem: ‘Oethman zal worden gedood terwijl hij de Koran leest. Allah zal hem in een kleed hullen maar zij zullen verlangen om dit van hem weg te nemen.’ (Hakim, 3.100 / Ibn Hanbal, 6. 114 / Ibn Maja, 5. 188 / Ook verteld door Tirmidhi)

Door dit te zeggen bedoelde hij dat Oethman kalief zou worden, maar dat zijn afzetting zou worden gezocht en dat hij tenslotte zou worden vermoord tijdens het lezen van de Koran. Dit alles gebeurde precies zoals hij het voorspelde.

10. Zoals in een authentieke Traditie wordt gezegd, zei de nobele Profeet van God, vrede zij met hem, tegen Sa’d ibn Abi Waqqas toen hij zwaar ziek was: ‘Hopelijk zult gij gespaard worden zodat gij sommigen zult kunnen begunstigen en anderen benadelen.’ (Aboe Noe’aym, Hilyat al-Awliya, 1.94, ook verteld door Boechari en Moeslim)

Met deze woorden suggereerde hij dat Sa’d een groot bevelhebber zou worden en vele veroveringen zou uitvoeren. Vele volkeren zouden bevoordeeld worden door kennis van islam te verwerven en zich te bekeren terwijl vele anderen zouden benadeeld worden door de ineenstorting van hun staten.

Sa’d nam het bevel van Moslimlegers op zich, net zoals de Heilige Profeet, vrede zij met hem, had voorspeld. Hij vernietigde het Perzische Sassanidenrijk in Iran en Iraq en bracht vele volkeren onder de hoede en de leiding der islam.

11. Op een keer, toen de Profeet, vrede zij met hem, ontwaakte in het huis van Oemm Haram, de tante van Anas ibn Malik, die de Boodschapper, vrede zij met hem , 10 jaar had gediend in Medina, glimlachte hij en sprak: ‘Ik droomde dat mijn gemeenschap oorlog zou voeren op zee, gezeten op tronen zoals koningen.’

Oemm Haram vroeg: ‘Bid dat ik daarbij mag zijn.’ De Profeet, vrede zij met hem, zei verzekerd: ‘Dat zult gij.’ (Soeyoeti , Jami’al-Saghir, 6.24, vermeld door Boechari, Moeslim en Tirmidhi)

Dit alles gebeurde 40 jaar later toen Oemm Haram, vergezeld van door haar echtgenoot ‘Oebada ibn Samit, vertrok om Cyprus te veroveren. Zij stierf daar en haar graf is sindsdien druk bezocht.

12. Volgens een authentieke vertelling verklaarde de Profeet, vrede zij met hem: ‘De stam van Thaqif zal een leugenaar voortbrengen die beweert Profeet te zijn en die een bloedige tirannie zal vestigen.’ (Hakim, 3.453 / Ook vermeld door Moeslim, Ibn Hanbal en Tirmidhi)

Met dit verhaal bedoelden zij de beruchte Moekhtar die Profeet beweerde te zijn en de bandiet Hajjaj, die tienduizenden mensen vermoordde.

13. Nogmaals, volgens een authentiek verhaal, verklaarde de Profeet, vrede zij met hem: ‘Waarlijk Constantinopel (Istanboel) zal worden veroverd, door mijn gemeenschap. Hoe gezegend zal de bevelhebber zijn die het zal veroveren en hoe gezegend zijn leger.’ (Hakim, 4.422 / Boechari, Tarikh al-Saghir, 139 / Ibn Ha,nbal, 4.335)

Zo voorspelde hij dat Istanboel door moslims zou worden veroverd en dit is een aanduiding van de hoge spirituele rang van Sultan Mehmed, de Veroveraar, en de deugdzaamheid van zijn leger. Deze voorspelling kwam eeuwen later uit.

De meeste van deze voorspellingen hebben reeds plaatsgevonden en de anderen wachten op het juiste moment om hun juistheid te bewijzen. Enkele van zijn voorspellingen hebben, interessant genoeg, te maken met vooruitgang in wetenschappen en technologie. Bijvoorbeeld, zoals is opgetekend in de authentieke boeken der Traditie zoals ‘Sahih al Moeslim’ en ‘Soenan al Tirmidhi’, voorspelde hij dat een granaatappel zou volstaan voor 20 mensen en dat de schil schaduw voor hen zou voorzien. Hij voorspelde ook dat de tarwe, verbouwd op een oppervlakte zo klein als een huisbalkon, zou volstaan om een familie een jaar te voeden. Met deze voorspellingen gaf hij een aanduiding voor de grote vooruitgang die de mensheid ooit zou maken in genetische reconstructie.

In zijn voorspellingen gebruikte de Profeet, vrede zij met hem, nooit de uitdrukkingen ‘Ik denk, ik raad, het zou kunnen, het zal waarschijnlijk gebeuren, enz. die twijfel uitdrukken. Integendeel hij sprak met zekerheid, alsof hij de voorspellingen werkelijkheid zag worden op een TV scherm. Dit betekend dat hij ofwel een scherpzinnig zicht had dat tegelijk in het verleden en in de toekomst kon kijken, wat voor een sterfelijke mens onmogelijk is; ofwel dat Hij een Profeet, vrede zij met hem, was, onderwezen door de Kenner van Alle Dingen, de Ene voor Wie alle tijd en ruimte slechts één punt is.

RELIGIE ISLAM

Hoe denkt de islam over de toekomst?

Wat de bronnen van de islam, de Koran en het voorbeeld van profeet Mohammed, vrede zij met hem, en de persoonlijke beoefening van de islam betreft, is de islam altijd hetzelfde gebleven en zal de visie op de toekomst niet veranderen.

De sociale weerspiegeling van de islam en de positie van moslims in de wereld zijn echter wel veranderlijk. In de afgelopen 150 jaar zijn de sociale instituten van de islam en in feite de gehele islamitische beschaving, die de mensheid zoveel gegeven hebben, door het Europese imperialisme vernietigd. Moslims zagen zich voor de immense taak gesteld om hun gemeenschappen opnieuw vorm te geven en hun beschaving opnieuw op te bouwen.

Er zijn drie belangrijke problemen die de moslimwereld te boven moet zien te komen. Dit zijn gebrek aan onderwijs, armoede en versplintering binnen de moslimwereld. De islam heeft eeuwenlang zijn bijdrage geleverd aan de wereld en de wereldvrede en heeft de potentie dit ook in de toekomst te zullen doen, mits deze problemen worden aangepakt.

In de hoogtijdagen van de moslimnaties, vormden deze in een groot deel van de wereld een bron van vrede en stabiliteit. Voordat de islam haar intrede deed, hadden mensen in de tot dan toe bekende wereld, nog nooit in zulke grote getale in een veilige, vreedzame en harmonieuze wereld geleefd. Meer dan duizend jaar heeft de islam een derde van de wereld welvaart en vrede gebracht. Nadat de laatste moslimstaat, het Ottomaanse Rijk, zijn invloed verloor, heeft de wereld twee wereldoorlogen meegemaakt en zijn de Balkan, het Midden Oosten en andere plaatsen waar de Ottomanen, op basis van de tolerante principes van de islam eeuwenlang in vrede regeerden, nooit meer hetzelfde geweest. Nog steeds ligt de oorzaak van een groot deel van de onrust in de wereld, in een gebrek aan aanwezigheid en invloed van echte moslims in deze regio’s. De aanwezigheid van moslims en hun constructieve invloed zullen een wezenlijk onderdeel uitmaken van vrede in de wereld.

Hopelijk zullen de moslims de uitdagingen waar zij zich voor gesteld zien, in de nabije toekomst overwinnen en wederom hun bijdrage leveren aan de welvaart, vrede en harmonie in de wereld.

Als Allah de toekomst weet, waarom heeft Allah dan ons geschapen?

Zonder twijfel weet Allah hoe wij hier zullen handelen en leven. Hij zond ons ter beproeving, opdat we onze initiële gaven en bekwaamheden zouden verbeteren middels de verantwoordelijkheden die Hij ons hier heeft gegeven. Mensen verschillen in aard en hoedanigheid en hebben elk een eigen arsenaal aan bekwaamheden.

Het past een kunstenaar zijn uitzonderlijk vermogen te uiten en vorm te geven, tot verrukking van de aanschouwers. De laatste nemen kennis van zijn grootheid middels zijn werken. Zo is ook de grootheid, pracht en kunst van Allah’s schepping een presentatie en reflectie van Zijn Schone Namen en Eigenschappen. Hiertoe schiep Allah het heelal in de ruimste zin van het woord.

Om ons gewis te maken van Zijn Schone Namen en Eigenschappen en de Goddelijke Kunst deed hij dit langs lijnen der geleidelijkheid. Met de oneindige verscheidenheid in zijn schepping geeft Hij ons een schat aan gelegenheden om een degelijke kennis over Hem te verwerven. Hij is de absolute Schepper die alles maakt uit één, en voegt aan al wat Hij wil duizenden gunsten.

Door wat er ook gecreëerd en aangetoond is in het heelal en gegeven is aan de mens, wordt de mens zelf getest, gezuiverd en voorbereid als een kandidaat voor eeuwige zaligheid in het paradijs. Net als grondstoffen die verfijnd, gezuiverd en bewerkt worden tot zilver, goud of diamanten.

In een hadith (overlevering) zei Profeet Mohammed (vzmh): “Mensen zijn als mineralen. Iemand die goed is in de “jahiliyya” is ook goed in de islam” (Boechari, Imam, 10; Koran, 21:8-14; Moeslim, Fada’il al- Sahaba,168, Manaquib, 24; Ibn Hanbal, Moesnab, 3:101).

Bijvoorbeeld Oemar genoot waardigheid, glorie en eer voordat hij zich bekeerde tot de islam, maar nadat hij een Moslim werd had hij meer. Hij kreeg een rustigere waardigheid, tederheid en de pracht van de imân. Als niet-moslim zou hij hard, opvliegend en hooghartig kunnen zijn, als iemand die dacht dat hij alles had; nadat hij Moslim werd, was hij een van de meest bescheiden en nederige in zijn gedrag tegen de gelovigen. Door de islam verbeterde hij zijn kwaliteiten en eigenschappen. Daarom, wanneer we goed gemanierde, dynamische, energieke, en levendige mensen zien, wensen we dat zij Moslim worden, want als iemand die goed, geweldig, roemrijk en gewaardeerd was voor de islam zal veel verder stijgen door de islam.

De islam handelt over de meest waardevolle en onschatbare van de mineralen -de mens. Het neemt de mens, kneedt, verbetert en rijpt ze zoals goud gezuiverd wordt. De Metgezellen van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) werden zo 24 karaats puur. Later in de tijd echter, daalden de Moslims van puurheid, van 24 karaats tot zo’n 15 karaats. In de twintigste eeuw zijn sommige mensen zelfs gedaald tot één karaat of zelfs nog minder. Hieruit volgend, helaas, is deze eeuw getuige geworden van problemen veroorzaakt door veel afgezonderde criminele personen.

We worden in deze wereld getest zodat we kunnen worden verhelderd, gezuiverd en om deugd en perfectie te verkrijgen. Ook al weet Allah hoe goed of anders wij het doen in de test, test Hij ons allemaal in gelijke mate. Het is niet omdat Hij weet en dus wil leren wat Hij niet weet over ons, maar eerder dat Hij weet en dienovereenkomstig de mens test tegen zichzelf en anderen.

Als wij ijverig pogingen doen om onszelf te zuiveren, om uit te vinden en te bewijzen wat we zijn, wat we hebben en of we waardeloos zijn als ijzer of machtig als goud, zijn we alleen maar bezig als een middel om te doen gebeuren wat Allah allang weet. Wij worden getest voor hetgeen waar we naar streven en ons voor inspannen. Op deze manier zullen we voor Allah komen te staan en ons verantwoorden voor wat we hebben gedaan: “Maar hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen de getuigenis afleggen van hun daden” (Koran, 35:65).

Handen en voeten representeren symbolisch al onze instrumenten voor handelingen, alle ledematen van ons lichaam, inclusief onze vermogens en gelegenheden. In andere verzen worden ogen, oren en huid allemaal genoemd als getuigen tegen ons als we ze misbruikt hebben.

We worden getest tegen onszelf, in al hetgeen we bezitten, alle leden van ons lichaam, als onze bevoegdheden van denken en voelen, en alle gelegenheden die ons zijn gegeven om te gebruiken. Allah, Verheven is Hij, test ons niet omdat Hij wil weten hoe we uit de test komen, maar omdat Hij ons onszelf wil laten zien, zodat we ons bewust worden dat wij onszelf testen en worden getest.

En Allah weet het beste.