islamitisch

Zijn er binnen de islamitische gemeenschap verschillende groeperingen?

In de klassieke islamitische theologie betekent pluralisme (veelvormigheid) het op verschillende manieren waarnemen van details, terwijl er trouw wordt gebleven aan de oorsprong en de waarheid, om zo Gods wil op een waardige manier te begrijpen inzake kwesties die betrekking hebben op ons, en om verschillende gedachten en ideeën te hebben.

Er zijn meerdere wegen die leiden tot Allah (God), en hoe iemand Hem bereikt hangt af van iemands omgeving, cultuur, de mate waarin Zijn Meest Schone Namen zijn gemanifesteerd in iemand, plus vele andere factoren. Zo kunnen we zeggen dat de totstandkoming van verschillende groepen altijd al een normale ontwikkeling is geweest.

Bijvoorbeeld, de benadering van Ali Ibn Aboe Talib (ra), waarbij hij zijn inherente karakter uitdrukt, is niet te vergelijken met die van Aboe Bakr’s (ra). Net als dit, verschillen ook de karakters van Oemar Ibn Khattab (ra) en Aboe Dharr (ra) van elkaar. Zij hadden bijvoorbeeld dezelfde moed en dapperheid, maar Oemar Ibn Khattab (ra) had een perfect begrip van een staat en van de administratieve kwesties, als ook van organisatorische vaardigheden, terwijl Aboe Dharr (ra) meer een eenzelvig mens was.

Dit benoemd hebbende, kunnen we stellen dat pluralisme zelfs in de tijd van de nobele profeet Mohammed (vrede zij met hem) bestond, in een tijd waarin moslims een perfecte verenigde gemeenschap hadden. Zo een toestand is dus acceptabel. In feite kunnen we stellen dat het verenigen van de verschillende wegen die naar Allah (God) leiden, tegen de natuurlijke wetten indruisen. Elk mens is immers met een verschillende aard geschapen, waardoor ze niet op dezelfde manier kunnen denken.

Zij die verschillende karakters hetzelfde willen maken, hebben dit fijne punt niet begrepen, omdat ze de innerlijke realiteiten van het menselijke gedrag niet kunnen begrijpen en als gevolg hiervan de inherente capaciteiten van de mensen niet kunnen zien. Aangezien Allah (God) verschillende vaardigheden heeft geïmplanteerd, zodat elk persoon zou functioneren volgens Zijn wijsheid, moet er pluralisme zijn, welke in andere woorden betekent dat dezelfde waarheid via verschillende wegen wordt geuit. De verschillende capaciteiten manifesteerden zichzelf als verschillende scholen van islamitische juripredentie (wetschool), namelijk Hanafi, Shafi`i, Maliki, Hanbali, Awzai, Sawri, en Zoehri.

Verschillende systemen hebben bestaan sinds de openbaring van de Heilige Koran en allen hebben de zielen, gevoelens, harten en bewustzijn van de mensen gediend. Andere grote voorbeelden van de verschillen in capaciteiten zijn Soefyan-i Sawri, Ibrahim ibn A`tham, Beyazid-Bistami, Joenayd al-Baghdadi, Abdoel Qadir al-Jilani, Sheikh Naqshband, Moehyiddin Ibn Arabi, en Imam Rabbani. Deze grootheden hadden wellicht verschillende interpretaties en methodologieën, maar uiteindelijk probeerden ze als verschillende tinten van dezelfde kleur de boodschap van de nobele profeet (vrede zij met hem) levendig te maken in de harten van de mensen.

In andere woorden, zo lang als de wereld bestaat, zullen de verschillende methoden en karakters van islamitische uitingen blijven bestaan. Hoewel de middelen verschillend kunnen zijn, kan er eenheid gerealiseerd worden door de eenheid in doel en strekking in acht te nemen. Hoewel talen verschillen, is de waarheid die zij uiten hetzelfde. Zoals een Arabische poëet zei: “Onze verklaringen zijn talrijk en ingewikkeld, maar Uw Schoonheid is één. Ze wijzen allemaal op Uw Schoonheid.

Nu kunnen we bepaalde factoren bespreken die noodzakelijk zijn voor de eenheid en samenwerking op het gebied van de ware islamitische gedachte.

Eenwording, overeenkomst, en het omgaan met de verschillende benaderingen en karakteristieken kunnen alleen plaatsvinden op het niveau van gevoelens, gedachten en het niveau van de geest. Op het niveau van gevoelens, kan dit helpen om verschillende groepen bij elkaar krijgen, al was het maar op een oppervlakkig niveau. Echter, aangezien mensen zich meestal continu ontwikkelen in gedachte en ziel, kan een dergelijk breekbaar gevoel van eenheid wellicht niet sterk genoeg zijn. Daarom kunnen mensen een eenheid vormen op het niveau van subjectieve motieven (eenheid van gevoelens) en als dit ook niet genoeg is, op basis van overeenkomsten in gedachten en rede.

Alleen op deze manier kan de gemeenschap van Mohammed, vrede en zegeningen zij met hem, weer zijn rechtmatige plaats tussen de mensheid innemen. Om dit verheven doel te realiseren, dienen moslims verschillende dingen te doen. Ten eerste moeten we alle diensten toejuichen in de weg van de waarheid, in plaats van alleen die waarmee we zelf mee bezig zijn. Als wij bijvoorbeeld op onze manier correcte informatie over de islam willen verspreiden en een ander initiatief doet dat op een andere manier, dan dienen we ook hun inspanningen te waarderen en toe te juichen. Openen wij een ziekenhuis om de mensheid tot dienst te zijn, moeten wij de goede werken van onze andere moslim broeders en zusters ook waarderen en niet hoogmoedig worden. We moeten zeggen: “Iemand die de naam van mijn Heer noemt en lof en respect uitspreekt over mijn Profeet is mijn broeder en zuster,” en hiermee anderen accepteren. Dit is noodzakelijk om gezamenlijk een front te vormen tegen bijvoorbeeld ideologieën die het bestaan van Allah (God) ontkennen of om gedeelde waarden te realiseren.

Het maakt niet uit welke (methodologisch correcte) weg we volgen, want wij hebben dezelfde God, hetzelfde boek (de Koran), dezelfde profeet, en zelfde qiblah (gebedsrichting), dezelfde pad, en daarmee zijn onze methodes, één en hetzelfde. Onze eenheid hoort niet subjectief (op basis van gevoelens) te zijn, maar objectief (op basis van denken en reden).

Ten tweede dienen we nooit een ander te forceren om het eigen pad te volgen. De weg van de Koran bestaat uit het tonen van tolerantie en acceptatie. Zij die met tolerantie en vriendelijkheid handelen, lossen een potentieel probleem op. Pluralisme staat een ieder toe om de Koran en de islam op zijn of haar eigen manier te dienen en hiermee verschillende belangrijke kwesties te bereiken, inzake kwesties die zijn gerelateerd aan de maatschappij of de economie. Dit was een gebruik bij de Abbasieden, uitzonderingen daargelaten, dat we dienen te volgen. Wij moeten de criteria van Ahl al-Sunnah wa’l Djamaah (de volgers van de profeet en zijn gemeenschap) gebruiken, wegdoen wat weggedaan dient te worden, behouden wat behouden dient te worden, en een nieuwe wereld met nieuwe syntheses realiseren, om hiermee de stichters en pioneers van een nieuwe (rechtvaardige) wereld te worden.

Bijvoorbeeld, twee groepen die niet behoren tot de Ahl al-Soennah wa’l Djamaah, de Moetazilah en de Jabariyah, stonden altijd tegenover elkaar. De eerste groep geloofde dat de mens zijn handelingen schiep, en de tweede groep geloofde het tegenovergestelde waarbij de mens enkel werd gereduceerd tot een robot zonder een eigen wil. Hun begrip van de menselijke vrije wil en keuze, als ook van de creatie van Allah (God), waren compleet tegenovergesteld. Vandaag de dag denken de meeste rationalisten zoals de Moetazilah.

Echter, de Ahl al-Soennah wa’l Djamaah nam de zaden van de waarheden van beide groepen en produceerde een synthese. Ze vertelden de Moetazilah dat elk persoon een keuze had, zoals geopenbaard in “dat de mens alleen wordt afgerekend op datgene waarvoor hij zich heeft ingespannen” (53:39) maar dat wij op basis “Jullie kunnen niet iets wensen tenzij Allah, de Heer der werelden, dat wenst.” (81:29) de Wil van Allah niet over het hoofd dienen te zien. Klopt, wat jullie als wil zien is zo nauw dat het bestaan als niet-bestaan ervan bijna gelijk is, maar er is een wil en zonde-hasanat, straf-beloning, zijn feiten.

Aan de Jabariyah, die de wil totaal ontkenden, vertelden ze dat hun visie is alsof je iemand met vastgebonden handen en voeten in de oceaan schopt en zegt: “Word niet nat!”.

Van beide kanten werden dus zaden van waarheden gepakt en een nieuwe synthese voortgebracht.

Ja, alle kwesties en principes van de islam zijn waar, echt, correct en juist. Op elke manier is de islam een collectief van verenigende principes. Elke verschillende weg en gedachte kan een zaad van waarheid bevatten. Dit gezegd hebbende, kunnen we niet de verschillende details die door Allah (God) zijn geschapen en de realiteit van de ‘inherente’ weg van creatie ontkennen. We kunnen niet het water dat via verschillende baden komt mixen en een denkbeeldige unieke waterweg vormen.

Laat een ieder op zijn veld de Koran dienen en zich niet bezighouden met anderen. Zelfs als wij niet kunnen verenigen, laten wij op zijn minst niet in onenigheid vervallen. We moeten leren om elke moslim te prijzen en toe te juichen die “Allah” zegt. Met Zijn Wil, en met deze intentie, kan ware eenheid in een korte tijd gerealiseerd worden.

Hoe zijn de islamitische wetten bepaald?

Eeuwenlang vormde de islamitische wetgeving een dynamisch rechtssysteem. Door diverse interne en externe factoren heeft dit de laatste paar eeuwen niet de kans gekregen zich verder te ontwikkelen. Hoewel de bronnen van de islam zelf niet veranderd kunnen worden, kunnen ze wel gebruikt worden om verandering aan te brengen in de organisatie en interpretatie ervan. Aangezien veranderingen in religieuze opvattingen (door vrijheid van meningsuiting) moslims niet opgelegd kunnen worden, gebeurt dat meestal in de loop der tijd, door middel van een proces van natuurlijke selectie en onderwijs.

Sommige moslims beschouwen de islamitische wet, omdat deze gebaseerd is op de Koran en de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, ook als heilig en goddelijk. Strikt genomen, is de totale sjaria niet goddelijk. Het is een menselijke poging om door middel van de goddelijke bronnen – de Koran en de geautoriseerde soennah – de goddelijke wil in een bepaalde context te begrijpen. Omdat de sociale omstandigheden van samenlevingen en hun behoeften en onderlinge verstandhoudingen veranderen, zou de sjaria op deze veranderende omstandigheden van de tijd dienen te reageren om oplossingen voor nieuwe behoeften en problemen te vinden. Orgaantransplantatie is bijvoorbeeld een hedendaagse kwestie die om nieuwe oplossingen voor de moderne tijd vraagt. De menselijke poging om door middel van de islamitische bronnen een oplossing te vinden voor een nieuwe behoefte, wordt idjtihaad genoemd. Aangezien idjtihaad een menselijke activiteit is, kunnen gekwalificeerde mensen theoretisch gezien een oude wet veranderen wanneer er ruimte voor verandering bestaat. Hoe is de islamitische wet nu in de loop der tijd veranderd? De islam ontstond in een samenleving waar de gebruiken van de stammen de enige wet waren. Toen de vluchtende moslimgemeenschap zich in Medina vestigde, vormden de openbaringen van de Koran en het voorbeeld van de profeet (vrede zij met hem) de bronnen voor de sociale en wettelijke richtlijnen voor moslims. Zolang de profeet (vrede zij met hem) leefde was er geen behoefte aan en systematisch rechtssysteem.

Wanneer iemand een vraag op religieus gebied had, werd deze direct aan de profeet (vrede zij met hem) gesteld. Als antwoord ontving hij of zij een nieuwe openbaring van de Koran of menselijk advies van Mohammed (vrede zij met hem) zelf. Naast de moskee had de profeet (vrede zij met hem) een school gevestigd, waar hij persoonlijk de islam en de Koran aan honderden metgezellen onderwees. Daarnaast zag hij er op toe dat zijn gouverneurs hun beslissingen op de Koran en zijn voorbeeld baseerden.

Toen de profeet (vrede zij met hem) was heengegaan, verspreiden zijn metgezellen zich in rap tempo over de almaar groeiende moslimwereld. Elke geschoolde metgezel vormde een bron van kennis. Zij onderwezen de islamitische praktijk en deden gerechtelijke uitspraken op basis van de Koran en wat zij van de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, begrepen hadden. Wanneer zij met een nieuwe situatie geconfronteerd werden, probeerden zij een antwoord te vinden in de Koran en de soennah. Als zij geen antwoord konden vinden, gebruikten zij hun eigen beoordelingsvermogen om een oplossing te vinden. Daarbij namen zij, zoals Profeet Mohammed, vrede zij met hem, bij het benoemen van gouverneurs bedongen had, de principes van gelijkheid en openbaar belang, de omstandigheden van de tijd, de gewoonten en de cultuur van de mensen waar zij bij leefden, in acht.

Na de generatie van de metgezellen, ontwikkelde de islamitische wet zich, door verschillen in methodologie, geografische afscheiding, verschillen in beschikbaarheid van de hadith (verhalen van de Profeet) en culturele invloeden, in van elkaar onafhankelijke stromingen. Scherpzinnige geleerden uit die tijd, realiseerden dat het nodig was de religieuze wettelijke methodologie op basis van de belangrijkste bronnen van het geloof, te standaardiseren in verschillende disciplines. In een poging de wetten en regels van het geloof op duidelijke wijze om te zetten in een begrijpelijke rechtscode die alle aspecten van het leven zou beslaan, produceerden zij dikke boekwerken van afleidingen uit de koran en de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, op het gebied van aanbidding, handel, strafrecht en burgerrecht. Men bereikte consensus in de moslimwereld dat er in essentie

vier erkende bronnen voor wetgeving waren:

De Koran: als de eerste bron van Openbaring van Allah, is de Koran de bron van de islamitische normen en waarden. Ongeveer 600 van de 6.238 verzen gaan over wetgeving en slechts 80 daarvan kunnen worden gezien als wettelijke verzen in de striktste zin van het woord.

Soennah van de profeet (vrede zij met hem): de principes uit de Koran worden door middel van de soennah van de Profeet, vrede zij met hem, de tweede en aanvullende wetsbron geïnterpreteerd. Het belang van de soennah wordt duidelijk in de Koran vermeld: “Indien u het over iets oneens bent, wendt u dan tot God en Zijn Boodschapper” (4:59) en “Een ieder wiens hoop op God en de Laatste Dag gevestigd is, vindt in Gods Boodschapper een goed voorbeeld” (33:21). Hadithgeleerden hebben het uitgebreide aantal vertellingen van Mohammed, vrede zij met hem, geëvalueerd, waarbij zij zich op de keten van vertellers en de inhoud hebben gericht. Voor elke hadith, werden schakel voor schakel, strenge en objectieve criteria toe op de keten van vertellers toegepast. De inhoud van de hadith werd onderzocht om te kijken of deze met de Koran, eerder geverifieerde hadith of de menselijke logica in tegenspraak was. Op deze wijze werd een aantal gezaghebbende verzamelingen bijeengebracht.

Consensus in de gemeenschap (idjmaa’): Op basis van de woorden (hadith) van de Profeet, vrede zij met hem: “Mijn gemeenschap zal het over een fout niet eens zijn,” vormt consensus in de gemeenschap de derde bron voor wetgeving. Aangezien zij door Mohammed (vzmh) zelf onderwezen waren, werd de consensus van zijn metgezellen een belangrijke wetsbron. Waar de Koran en soennah zwijgen, gebruiken wetgeleerden hun beredeneringsvermogen om op basis van gewoonten (eurf), het algemeen belang (maslaha) en gelijkheid (istihan) wetten af te leiden. Wanneer een bepaald besluit de tand des tijds doorstaat, accepteren steeds meer juristen en mensen dat besluit, waardoor consensus ontstaat.

Analogisch redeneren (Qiyas): Wanneer wetgeleerden met een nieuwe situatie of nieuw probleem te maken kregen, zochten ze naar soortgelijke voorbeelden in de koran en soennah. De sleutel ligt daarbij in het vinden van de oorzaak of reden voor de bestaande regel. Als in de nieuwe situatie een gelijksoortige oorzaak gevonden wordt, werd het besluit uitgebreid om de kwestie op te lossen. Zo werd van het verbod op wijn, bijvoorbeeld een uitgebreid verbod op alcohol afgeleid. De oorspronkelijke reden daarvoor is de geestverruimende werking van beide.

Wat gebeurt er wanneer er meer dan één mogelijke interpretatie is? Dit is volkomen normaal en aanvaardbaar in de islamitische wetgeving. Zo bestaat er over roken een verschil van mening onder geleerden. Sommige juristen zeggen, dat het verboden zou moeten zijn, omdat het kanker veroorzaakt en duidelijk schadelijk is voor het lichaam en de Koran ons verbiedt ons lichaam schade toe te brengen. Daartegenover zeggen anderen dat roken op z’n hoogst geclassificeerd kan worden als niet aangeraden, omdat er geen direct verbod op in de Koran staat. Bij zaken die in het grijze gebied vallen, raadde profeet Mohammed (vrede zij met hem) mensen aan hun geweten te volgen en de veiligere of makkelijkere optie te kiezen om zichzelf te beschermen en het geloof makkelijker uitvoerbaar te maken.

Het gebruik van tabak kan ook als voorbeeld gegeven worden van regels die met de tijd veranderen. Toen tabak voor het eerst in moslimlanden werd ingevoerd, bekeken juristen de zaak en oordeelden zij dat het “toegestaan” (moebah) was, omdat de consumptie ervan geen duidelijke schade of voordeel opleverde. Enkele geleerden beschouwden het als “afkeurenswaardig” (makroeh) omdat zij het als geldverspilling zagen. In de loop der tijd heeft de geneeskunde echter het schadelijke effect van tabak aangetoond. Aan de hand van het principe van het beschermen van het menselijk leven, zijn nu steeds meer juristen geneigd roken in te delen in de categorie van verboden (haram) zaken. Toch bestaat daar nog steeds geen consensus over.

Omdat in de context van de bronnen van de islam al deze interpretaties mogelijk zijn, is het belangrijk te vermelden dat alle besluiten en interpretaties samen de islamitische jurisprudentie vormen. In perifere kwesties wordt vaak verschillend geoordeeld, terwijl de kern van de theologie en praktijken in de loop der tijd niet veranderen. Zo zal geen enkele moslim opeens beweren dat moslims niet langer in een leven na de dood geloven of niet langer hoeven te vasten. Doordat in de praktische islam meer dan één interpretatie mogelijk zijn, ontstaat er een grote mate van flexibiliteit in de beoefening van de islam. Dit getuigt niet alleen van de vrijheid van meningsuiting die miljoenen geleerden sinds de geboorte van de islam genoten, maar ook dat de islam niet één enkel gezichtspunt aan de hele moslimgemeenschap oplegt.

In niet-moslim kringen heerst de opvatting dat de islamitische wet(geving) achterhaald is en moslims zeer rigide zijn in hun benadering van de wet en religie. Ze zeggen dat de islam aan hervorming toe is, maar dat moslims niet bereid zijn te veranderen. Hoewel het is waar dat de uitingsvormen van de islam op politiek en sociaal gebied een frisse blik nodig hebben om aan de hedendaagse behoeften van moslims in de wereld tegemoet te kunnen komen, wordt het trage tempo van deze verandering niet door de islam zelf veroorzaakt, maar door de inertie die door drie belangrijke interne en externe factoren veroorzaakt wordt.

De eerste is het blokkeren interpretaties. Het sluiten van de hekken van de idjtihaad heeft ervoor gezorgd dat de islamitische wetgeving in de loop der tijd gestagneerd is. In eerste instantie, lijkt dit vrij logisch. Het credo van de islam werd duidelijk in de Koran uiteengezet en door alle moslims begrepen. De islamitische praktijk werd stevig neergezet en gebaseerd op de soennah van de profeet (vrede zij met hem), die in verschillende hadith boeken werden verzameld, gesorteerd, gefilterd en op alle denkbare manieren geordend. Elk vers uit de Koran en elke overlevering van de Profeet, vrede zij met hem, werd met het oog op juridische deductie bestudeerd. Het leek er op dat bij de ontwikkeling van de sjaria alles wat menselijkerwijs mogelijk was, gedaan was. Mensen geloofden dat er niets anders meer gedaan kon worden. De verkeerde aanname, een beoordelingsfout, dat de sociale aspecten van het leven voortdurend hetzelfde blijven, zorgde ervoor dat de juridische stagnatie zich naar het sociale gebied uitbreidde. Deze stagnatie werd niet opgedrongen, maar geleerden en anderen zagen het als het natuurlijke gevolg van een lang proces. Ondanks deze opvatting, ging de ontwikkeling van de wetgeving, vooral in het Ottomaanse Rijk, toch verder. Tegen het einde van de 19e eeuw werd een groots project opgezet om de sjaria opnieuw te coderen binnen de toentertijd geldende wetten. Vervolgens werd de wet verder ontwikkeld om tegemoet te kunnen komen aan de behoeften van de tijd. Als gevolg daarvan kwamen een aantal boekwerken tot stand dat Mecelle genoemd werd. Helaas werd dit project door de tweede grote verwoesting die de moslimwereld sinds de invasie van de Mongolen meemaakte, abrupt beëindigd.

De tweede belangrijke factor die de ontwikkeling van de islamitische wet stagneerde was de negatieve invloed van de Europese kolonisatie van de moslimwereld. Nadat al hun politieke, burgerlijke, culturele en religieuze instellingen vernietigd waren, moesten de moslims voor hun leven en het behoud van hun religie vechten, laat staan dat zij de islamitische wetgeving verder konden ontwikkelen om aan de behoeften van de moderne moslimgemeenschap te kunnen voldoen. Dit sloeg een historisch gat van tenminste een eeuw tussen het verleden en heden, dat nog steeds bestaat.

De derde reden is dat de moderniteit in de hele wereld, inclusief de moslimlanden, op politiek, economisch en sociaal gebied voor razendsnelle veranderingen zorgde. Globalisatie, massamedia en het gemak waarmee gereisd kon worden, versnelden de blootstelling van moslims aan overweldigende alternatieve systemen, culturen en waarden. Hoewel moslims niet tegen veranderingen gekant zijn, is de snelheid van de veranderingen ontmoedigend, vooral wanneer men het gevoel heeft er zelf zeer weinig invloed op te hebben.

Om bovengenoemde redenen nemen moslimsamenlevingen in landen waar de sjaria, de wetgeving uit het verleden, ingevoerd worden, een ietwat middeleeuws karakter aan. Er bestaat consensus in de moslimwereld dat de sjaria herzien moet worden en in een modern jasje gestoken dient te worden om aan de eisen van een veranderende wereld te kunnen voldoen. Tegelijkertijd dient de sjaria trouw te blijven aan de geest van de islam en de principes van de Koran en de soennah. De combinatie van de snelheid van veranderingen in de wereld en de ongunstige politieke omstandigheden van dit moment, geven moslims geen kans om een hedendaags kader voor de islamitische wet te ontwikkelen.

Er worden vele pogingen ondernomen om deze herziening uit te voeren. Doordat nieuwe interpretaties moslims niet van bovenaf kunnen worden opgelegd, heeft verandering tijd nodig. Om in de moderne wereld te kunnen rijpen, dienen veranderingen lang genoeg in een moslimland te worden toegepast. Bovendien kent de moslimwereld dieperliggende problemen, die aangepakt moeten worden voordat deze taak opgepakt kan worden.

Was er discriminatie op grond van geloof, omdat joden en christenen vroeger belasting moesten betalen in moslimlanden?

Dit is een uitspraak die we kunnen categoriseren als: ‘Heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt’. Djizja is inderdaad een belasting die niet-moslims in moslimlanden moesten betalen. Moslims betaalden ook belasting en hiernaast hadden moslims ook nog eens de dienstplicht. Ze moesten in oorlogstijd het leger in om hun land te verdedigen. Deze dienstplicht gold niet voor Joodse en Christelijke mensen. Dus deze niet-moslims werden door moslims beschermd en konden in alle vrijheid en veiligheid leven zonder de verplichting dat ze mee moesten strijden in oorlogstijd. Voor deze bescherming en veiligheid dienden ze extra belasting te betalen. Is extra belasting tegenover geen dienstplicht discriminatie? Er waren zeker genoeg moslims die ook zo gediscrimineerd wilden worden.

Zijn er binnen de islam verschillende stromingen?

Vanwege de unieke geaardheid van ieder van ons, zijn verschillende interpretaties van religie onvermijdelijk. Desondanks heeft de islam in vergelijking tot andere religies een aantal voordelen.

De beginselen van het geloof, de vijf zuilen van de islam zijn voor 98 % van de 1.2 miljard moslim op aarde hetzelfde. Deze leerstellingen worden in de Koran duidelijk uiteengezet, zonder ruimte voor interpretatie. De verschillen betreffen meestal perifere kwesties en de manier waarop de sociale toepassing van de islam zich in het demografische en culturele landschap van het overgrote deel van de moslimwereld ontwikkeld heeft.

Door de objectiviteit en het vernuft van de eerste moslimgeleerden zijn de soenna(h) behouden gebleven, waarin staat wat de profeet (vzmh) gezegd heeft, wat hij deed en welke handelingen hij toestond of accepteerde. Deze geleerden hebben een zeer kritische evaluatie en filtering op de authentieke overlevering toegepast.

De islam is een levende religie. De praktijk van de islam was in de tijd van de profeet (vzmh) goed ingevoerd en is tot op de dag van vandaag in zowel het persoonlijke als openbare leven behouden gebleven. Dit alles heeft ertoe geleid dat de authentieke islam bewaard is gebleven en het merendeel van de moslims in de wereld deze authentieke hoofdstroom van de islam volgt. De onderverdeling van de moslimwereld valt in drie grote categorieën uiteen.

Soennieten: met zo’n 83% vormen de Soennieten de meerderheid van de moslimwereld.

Shi’ieten: met zo’n 13% van de moslims, vormen de Shi’ieten een belangrijke minderheid. Het merendeel van Iran en een minderheid van de bevolking in aangrenzende landen behoort tot de Shi’itische stroming

Gulat: met zo’n 2% omvat deze stroming vele verschillende en kleine minderheden, die extreme doctrines ontwikkeld hebben, die niet door de Koran of de leringen van de profeet (vzmh) gestaafd kunnen worden.

Ongeacht tot welke van de drie stromingen moslims toe behoren, wordt de Koran door iedereen als het ultieme referentiekader aanvaard. Aangezien de Koran vanaf de tijd van de profeet (vzmh) nooit veranderd is, hebben wij tot op de dag van vandaag altijd de authentieke islam bij ons gehad.

De belangrijkste verschillen tussen Soennieten en Shi’ieten werden veroorzaakt door een aantal politieke gebeurtenissen dat in de vroege geschiedenis van de moslimgemeenschap plaatsvond en gemarkeerd wordt door het tragische martelaarschap van Hussein, de tweede zoon van Ali, bij Karbala in he jaar 680. Daarnaast groeide de islam snel en besloeg deze al snel het uitgestrekte gebied van India tot de Atlantische Oceaan. Onvermijdelijk werd deze snelle groei vergezeld van grote uitdagingen op bestuursgebied.

Alle moslims maakten zich zorgen over deze gebeurtenissen en verafschuwden degenen die de familie van de profeet (vzmh) onderdrukten en onrecht aandeden. Een groep mensen die zeer veel van Ali en de familie van de profeet (vzmh) hield, reageerde echter zeer sterk op deze gebeurtenissen en veroorzaakte daarmee een polarisatie in de moslimwereld.

Hoewel zowel de Soennitische als Shi’itische moslims dezelfde Koran accepteren en gebruiken, in dezelfde beginselen geloven en dezelfde vijf zuilen van de islam in acht nemen, zijn er toch enkele verschillen:

Leiderschap: bij de Soennieten wordt de Kalief of Imam (de leider van de moslimgemeenschap) gekozen uit de moslims, op basis van zijn competentie en leiderschap. Behalve de profeet (vzmh) is iedereen feilbaar. Bij de Shi’ieten worden de Veertien Zuiveren en Volmaakten (Ali, Fatima – Ali’s vrouw en dochter van de profeet (vzmh) – hun twee zonen Hassan en Hussein, en negen Imams) echter allen als onfeilbaar beschouwd. Volgens hen dient de Kalief een directe afstammeling van de profeet (vzmh) te zijn.

Bronnen der Wet: hoewel zowel de Soennieten als de Shi’ieten de Koran en soenna(h) van de profeet (vzmh) als geopenbaarde autoritaire tekstbronnen accepteren, hebben de Shi’ieten hun eigen verzamelingen van overleveringen bewaard, die naast de soenna(h) van de profeet (vzmh) bevatten, ook die van Ali en de Imams bevatten.

Voorspraak: voor de Soennieten is er een directe relatie tussen God en de mensen. Godvruchtige geleerden, met kennis en wijsheid zijn geen bemiddelaars, maar slechts geleerden op het gebied van het interpreteren van de religie. Voor de Shi’ieten vormden Ali en de andere Imams door God geïnspireerde voorbeelden, gidsen en bemiddelaars tussen God en de gelovigen.

Heilige Dagen en Vieringen: naast de heilige dagen die Soennieten en Shi’ieten beiden vieren, vieren en herdenken de Shi’íeten resp. de geboortedagen en sterfdagen van de Imams. Het martelaarschap van Hussein bij Karbala en de daarbij horende herdenking en rituele opvoering van dat drama vormen een hoeksteen van de persoonlijke en gemeenschappelijke identiteit.

Rituele gebruiken: de praktijk van de Soennieten centreert zich rond de vijf zuilen van de islam en de handelingen van de profeet (vzmh). Naast de dagelijkse gebeden hebben de Shi’ieten dramatische recitaties, passie spelen en processies door de straten ontwikkeld, die zich centreren rond het drama van Karbala.

Is het veranderen van wetschool (madzhab) toegestaan?

Het is toegestaan om van de ene wetschool over te stappen naar de andere. Er zitten hier ook geen voorwaarden aan vast. Het is voldoende om de intentie te nemen om de gebeden voortaan volgens een andere wetschool te doen.

Elke wetschool is Haqq (waarheid/recht) en ze zijn allemaal goed. Daarom is het ook fout om te denken dat de ene wetschool ‘hoger’ is dan de andere.

Als iemand een bepaalde wetschool volgt, betekent dit niet dat diegene heel zijn leven lang dezelfde wetschool moet volgen. Als diegene een andere wetschool wil volgen, is dat zeker toegestaan.

Maar als iemand besluit om een andere wetschool te volgen, dient diegene wel bepaalde zaken van zijn ‘nieuwe’ wetschool te kennen. Als iemand bijvoorbeeld van de Shaafi’ie wetschool overstapt naar de Hanafi wetschool, dan moet diegene tenminste de fard (verplichte) delen van de woedoe’ (wassing), de dingen die de woedoe’ verbreken, de manieren en de waajibaat van de gebeden etc. te kennen. Als iemand besluit om een andere wetschool te volgen zonder dat hij/zij deze dingen kent, kan diegene zijn gebeden fout doen zonder dat hij/zij het weet.

Als er bij je eigen wetschool dingen zijn die niet mogelijk zijn voor jou om te volgen, is het ook toegestaan om alleen op die punten het perspectief van een andere wetschool te volgen. Maar dit mag niet gedaan worden om dingen voor jezelf te vergemakkelijken of omdat je nafs (ego) het wil. Als dit gedaan wordt, moet er opgelet worden op de volgende punten:

Eerste punt: volgens de Shaafi’ie wetschool bijvoorbeeld is de woedoe’ van een man niet meer geldig als hij met zijn handen zijn vrouw aanraakt. Als een man die de Shaafi’ie wetschool volgt zijn vrouw aanraakt voor het gebed en dan denkt: ‘Volgens de Hanafi wetschool is mijn woedoe’ nog steeds geldig, dus ik kan gewoon gaan bidden’, dan zit hij fout! Dit is NIET toegestaan.

Tweede punt: het is ook afgeraden om alle makkelijke dingen van de verschillende wetscholen te ‘mixen’ en die te volgen. Dit kan ervoor zorgen dat diegene dingen doet die volgens de verschillende wetscholen tegengesteld zijn met elkaar en bovendien ongeldig. Dit wordt talfieq genoemd. Talfieq is niet toegestaan. Dus bijvoorbeeld: als iemand woedoe’ (wassing) doet volgens de Hanafi wetschool, hoeft diegene voor de wassing geen intentie te nemen. Want volgens de Hanafi wetschool is dit geen fard (verplichting) van de wassing. Diegene moet dan wel minstens een vierde deel van zijn hoofd met natte handen vegen, omdat dit een fard is die hoort bij de Hanafi wetschool. Als diegene op dit punt de Shaafi’ie wetschool volgt en dus minder dan een vierde deel van zijn hoofd veegt, dan is deze woedoe’ niet correct. Dit soort gedrag is “talfieq” en is niet toegestaan. Waarom? Omdat zowel in de Shaafi’ie school zijn woedoe’ ongeldig is (vanwege het niet nemen van de intentie) en ook niet in de Hanafi school (vanwege het vegen van een te klein deel van het hoofd).

Tenslotte is het wel toegestaan dat een man die de Hanafi wetschool volgt zijn woedoe’ gaat ‘vernieuwen’ omdat hij zijn vrouw heeft aangeraakt. Het nadoen van de andere wetschool op deze manier is een volharding en is juist goed. Dit is een kwestie van taqwaa (vroomheid).

Wat houdt moedjaddid in?

Onze geliefde Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, is de Zegel der Profeten. Na hem zullen geen nieuwe profeten meer gestuurd worden.

Mohammed is niet de vader van één van jullie mannen, maar hij is de boodschapper van Allah en de laatste der profeten (Koran 33:40).

Naarmate de tijd verstrekt, zullen verschillende bidah en onzuiverheden in het geloof insluipen.

Dit kan ervoor zorgen dat de gelovigen langzamerhand afstand zullen nemen van het geloof. Ook zullen de continu veranderende leefomstandigheden en nieuwe ontwikkelingen in de samenleving nieuwe religieuze vragen met zich meebrengen. Om het geloof te beschermen tegen alle soorten aanvallen, het geloof te reinigen van bidah en onzuiverheden en om nieuwe ontwikkelingen van die tijd te verenigen met het geloof, stuurt Allah iedere eeuw een moedjaddid.

Onze geliefde Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, vermeldt dat Allah iedere eeuw een moedjaddid zal sturen om het geloof te vernieuwen. (Aboe Dawoed, Melahim 1).

Medjaddid’s vernieuwen het geloof naar zijn originaliteit, dus zij brengen niets nieuws in het geloof. Ze bieden oplossingen voor nieuwe ontwikkelingen en leefomstandigheden aan, in de lijn van de Koran en Soennah. Vaak worden deze moedjaddid’s (h)erkend na hun overlijden, als hun daden vruchten begint af te werpen.

Hoe neemt men afscheid van de overledene personen?

Wanneer moslims het nieuws van de dood van een familielid of vriend horen, herhalen ze wat in de Koran wordt aangeraden: “…Zeg: we behoren aan God en naar Hem zullen wij wederkeren” (2:155). Volgens de moslimtraditie dient een dode zo snel mogelijk begraven (niet gecremeerd) te worden. Het begrafenisproces bestaat uit de volgende drie stadia:

1. Het lichaam wordt geprepareerd om begraven te kunnen worden. Het lichaam wordt voor de laatste keer ritueel gewassen, waarbij het gebruikelijk is dat een moslimman door een mannelijk familielid of en mannelijke imam wordt gewassen en een moslimvrouw door een vrouwelijk familielid, vroedvrouw of vrouwelijke geestelijke. Het lichaam wordt met de armen langs het lichaam neergelegd en in wit linnen gewikkeld.

2. Vervolgens wordt het geprepareerde lichaam naar de moskee gebracht voor een kort begrafenisgebed. Het begrafenisgebed wordt door de hele congregatie uitgesproken, waarbij moslims zich achter de kist opstellen. Bij het begrafenisgebed hoeven de standaard-onderdelen van het gebed (salaat) zoals vooroverbuigen en prosterneren niet verricht te worden. Het gebed wordt gevolgd door een ronde van erkenningen van de goede daden van de persoon en mensen worden uitgenodigd alles wat zij nog van de overledene tegoed hadden, kwijt te schelden en te vergeven.

3. Vervolgens wordt de kist in een begrafenisstoet naar de begraafplaats gebracht. Het geniet de voorkeur dat het lichaam zonder kist begraven wordt. Het wordt op de rechterzijde gelegd, met het gezicht richting de Kaaba. Gewoonlijk gooien alle aanwezigen drie handen aarde in het graf, terwijl ze passages uit de Koran reciteren en God voor de overleden persoon om vergeving vragen. Uitbundige grafstenen en bedekte graven worden afgekeurd, omdat men het geld daarvoor beter als aalmoes aan de levenden kan geven.

Tijdens en na de begrafenisceremonie bezoeken vrienden, buren en verwanten de familie van de overledene waarbij zij hen condoleren met de woorden: “moge God haar (of zijn) ziel met Zijn Genade zegenen.” Ook brengen zij eten mee, omdat zij weten dat de familie waarschijnlijk te verdrietig is om zich met eten koken bezig te houden. Ook is het gebruikelijk om voor het spirituele heil van de overleden de Koran te reciteren.

Op welke manier is de islamitische jaartelling ontstaan?

Het begin van de islamitische jaartelling wordt ook wel de hidjra, de migratie van profeet Mohammed (vrede zij met hem) van Mekka naar Medina, genoemd. Het besluit om een islamitische jaartelling in te stellen, is echter pas na het overlijden van de profeet genomen.

Er zijn verschillende voorstellen gedaan van gebeurtenissen waar de jaartelling op gebaseerd moest worden, waaronder de geboorte of de dood van de profeet, de eerste openbaring, en de migratie van de profeet van Mekka naar Medina. Na open beraad tussen de volgelingen van de Profeet onder leiding van Oemar (ra) is er voor gekozen om het jaar van de emigratie van de profeet van Mekka naar Medina als startpunt te kiezen voor de islamitische jaartelling. De maand Moeharram is vervolgens als eerste maand gekozen omdat deze, logisch gezien, de eerste maand is van de maankalender.