handelingen

Wat zijn de toegestane handelingen tijdens het vasten?

• Water over zichzelf gieten en kopje onder gaan.

• Kohl, oogdruppels of iets anders op of in de ogen aanbrengen.

• Kussen, onder voorbehoud dat men zichzelf kan inhouden.

• De mond en neus spoelen, zonder water door te slikken.

• Proeven van een vloeistof, voedsel of iets dat men wil kopen. Al wat eetbaar is, mag echter niet worden doorgeslikt.

• Kauwgom kauwen wordt (in tegenstelling tot iets zonder zoetheid of smaak) afgeraden, maar maakt het vasten niet ongeldig.

• Eten, drinken of seksuele gemeenschap tijdens de nacht tot aan de ochtend.

• Als men bij vergissing iets eet, hoeft de dag niet ingehaald te worden.

• Het verrichten van ghoesl voor aanvang van de dag is niet verplicht, maar wordt wel aangeraden om voor aanvang van het vasten zuiver te zijn.

• Wanneer menstruatie- of postnataal bloed ’s nachts stopt, kan een vrouw de ghoesl tot ’s ochtends uitstellen en vasten. Ze dient de ghoesl echter wel voor het ochtendgebed te verrichten.

• Degene die vast, kan een tandenstoker of –borstel gebruiken om de tanden te reinigen. Het maakt niet uit of dit aan het begin of einde van de dag gebeurt.

• Het ruiken aan parfum.

• Het doorslikken van al wat dat bij het opstaan vochtig is van speeksel.

• Het doorslikken van slechts een paar tranen of zweetdruppels, waarvan men de smaak niet proeft.

• Het eten van iets dat tussen de tanden is gebleven en kleiner is dan een kikkererwt.

• Alles wat niet eetbaar is en de mond per ongeluk binnendringt (rook, stof en de smaak van medicijn dat op de tanden is aangebracht) maakt de vasten niet ongeldig.

• Het kussen, aanraken en strelen van de andere sekse, onder voorbehoud dat er geen ejaculatie plaatsvindt en alle andere seksuele handelingen die niet tot ejaculatie leiden. Ejaculatie die veroorzaakt wordt door kijken of denken, maakt het vasten niet ongeldig.

• Het hebben van een natte droom of een ejaculatie van zaadvocht gedurende de dag.

Wat is de adab van het vasten?

1. Het verrichten van de sahoer.

De nobele profeet zei: “verricht de sahoer. Ongetwijfeld zijn er zegeningen in de sahoer.” (Boechari, 1923; Moeslim, 1095).

De sahoer kan verricht worden door veel of weinig te eten of door een slok water te drinken. De nobele profeet heeft immers gezegd: “verricht de sahoer, al is het met een slok water.” (Ibn Hibban, 1923; Moeslim, 1095)

Het uitstellen van de sahoer is moestahab en dus beter. Zayd b. Thabit zei: Wij verrichtten de sahoer met de Profeet. Daarna stond de profeet (vrede zij met hem) op en ging bidden’; Anas vroeg: “hoeveel tijd was er tussen de sahoer en de adhan?” –“(de tijd voor het lezen van) 50 ayât”, zei hij. (Boechari, 1921; Moeslim, 1097)

2. Het vermijden van onnodige handelingen, kwade woorden, leugens en dergelijke.

Abu Hoerayra levert over: Rasoelallah (vzmh) zei: “Als iemand van jullie vast, laat hem geen slechte woorden uitspreken, laat hem niet schreeuwen en onwetend gedragen. Als iemand slechte (kwade) woorden tegen hem uitspreekt of ruzie zoekt, laat hem dan: “ik ben aan het vasten” zeggen. (Boechari, 1904; Moeslim. 1151)

“Wie het liegen, het handelen met liegen en het onwetend (kwade) gedragen niet verlaat, Allah heeft geen behoefte aan zijn verlating van het eten en het drinken (het vasten)” (Boechari, 1903)

Uit een andere overlevering blijkt immers: “Er zijn mensen die vasten, maar er niets anders dan honger en dorst aan overhouden. En er zijn mensen die tijdens de nacht bidden, maar er niets anders dan slapeloze nachten aan overhouden.” (Ahmad, 8693)

3. Het gul zijn en het extra aandacht schenken aan de Koran.

Ibn Abbas (ra) vertelt: “Bij het doen van het goede, was de meest gulle de Profeet (vzmh). De tijd waarin hij het meest gul was, was tijdens de Ramadan, wanneer hij met Djibriel ontmoette. Tot de Ramadan afliep, ontmoette hij (vzmh) elke nacht Djibriel en las hem de Koran voor. Wanneer hij Djibriel ontmoette, werd hij guller dan de waaiende winden. (Boechari, 1902, Boek 30, Hadith 12; Moeslim, 2308)

4. Het haasten bij het verrichten van de iftar zodra de zon ondergaat.

Sahl b. Sa’d (ra) levert over: “Rasoelallah (vzmh) zei: Zolang mensen haasten bij het verrichten van de iftar, zullen de mensen op het goede (ghayr) zijn. (Boechari, 1957; Moeslim, 1098)

5. Het verrichten van dua (smeekbede).

Voorbeeld doea is: Allahumma laka sumtu wa bika amantu wa `alayka tawakkaltu wa `alā rizqika aftartu

Oh Allah, ik heb omwille van U gevast en met volle overtuiging geloof ik in U en op U berust mijn vertrouwen en ik verbreek het vasten door de voorzieningen die U aan mij heeft geschonken.

Hebben de bewegingen tijdens het gebed een betekenis?

In de islam is het verplichte gebed (salât) dusdanig (vormgegeven) dat mensen er zowel mentaal, sociaal, spiritueel als lichamelijk mee bezig zijn. Als onderdeel van het gebed reciteert een moslim delen van de heilige Koran, uit hij of zij woorden van verheerlijking, verheffing en dank, en verricht hij of zij een aantal bewegingen zoals de handen tot schouderhoogte opheffen, met de handen voor het lichaam gevouwen staan, buigen, op de grond neerknielen en vooroverbuigen en zitten. De bewegingen in een gebed hebben specifieke doeleinden en betekenissen.

Door middel van de lichamelijke bewegingen tijdens het gebed wordt Allah verheerlijkt, aanbeden en geprezen. Zo begint een moslim zijn of haar gebed bijvoorbeeld met het (in zichzelf) uitspreken van de intentie om in naam van Allah te bidden en zegt hij of zij “Allah is de grootste”, terwijl tegelijkertijd de handen opgeheven worden, waarmee men de wereld en wereldse zaken letterlijk achter zich laat en alleen voor Allah staat. Wanneer men zich vooroverbuigt, buigt men het ‘zelf’ voor Allah, waarmee Allah verheerlijkt wordt. Met het knielen en vooroverbuigen plaatst men het zelf op het absoluut laagste punt in het aangezicht van Allah en wordt de ultieme mate van fysieke verheerlijking van Allah vertoond.

De lichaamsbewegingen in het gebed van een moslim laten ook in toenemende mate oplopende niveaus van onderwerping aan Allah zien. Terwijl men in staande positie de handen voor zich gevouwen houdt, zegt men als het ware:

‘Mijn handen zijn gebonden, ik geef mij over aan U en Uw wil.’

Het vooroverbuigen (roekoe) is een hogere graad van onderwerping. Hiermee wordt het verdedigingsmechanisme van het zelf doorbroken en lijkt het alsof men zegt:

‘Ik buig alleen voor U, ik kan niet zien wat zich voor mij bevindt. Mijn God, ik ben hulpeloos ten opzichte van U.’

Het knielen en op de grond vooroverbuigen, de prosternatie (sjoedjoed), vormt de ultieme gradatie van onderwerping. Men zegt er als het ware mee:

‘Mijn God, ik breng mijn hoofd naar hetzelfde niveau als mijn voeten. Uit respect voor U verlaag ik mijzelf tot niets. Ik ben volledig weerloos ten opzichte van Uw wil. Zelfs mijn ‘ego’ staat niet tussen U en mij in.’

Het uitdrukken van de eigen beperkingen en zwakheden, en het erkennen van de grootsheid en glorie van Allah vormt de essentie van het (aan)bidden en het voertuig om spiritueel dichter tot Allah te komen. Wie zichzelf boven alles en iedereen plaatst, kan zich niet spiritueel ontwikkelen. De bewegingen tijdens de gebeden doorbreken de illusie van zelfverheerlijking en openen de deur tot spirituele ontwikkeling.

Welke soorten soennah zijn er?

Soennah betekent als woord, ‘manier, verloop, aard, beginsel, wet’. Als religieuze term heeft het de volgende betekenissen: De woorden, daden en de ‘takrir’s’ van de profeet (vrede zij met hem). Takriri Soennah houdt in: Datgene wat de Profeet, vrede zij met hem, heeft gezien, maar deze heeft toegestaan door er geen reactie op te geven. De hadiths zijn de verklaringen van de verzen. Deze verhelderen de verzen, die in het kort, de Goddelijke doeleinden verklaren. Een oordeel over een bepaald onderwerp dat niet is terug te vinden in de Koran, zal vanuit de hadiths duidelijk gemaakt worden.

Het gebod “verricht de salât (gebed)” is de kern; de details zijn overgelaten aan de Hadiths. Het aantal rakât en de gebedsvormen zijn niet in een gedetailleerde wijze aangegeven in de Koran. Als we de soennah niet zouden hebben, hoe zou dan het gebod ‘verricht de salât’ uitgevoerd moeten worden? De details van de Hadith “Verricht het gebed zoals ik (vrede zij met hem) dat doe’’ en van het gebod ‘geeft de zakât’ zijn precies op dezelfde manier overgelaten aan de hadiths.

De hadiths zijn de eerste tafsir (exegese) op de Koran zijn. De tafsir die de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gedaan, zijn de primaire tafsir; zo ook zijn de eerste antwoorden van de Profeet, vrede zij met hem, op vragen die betrekking hebben op de islamitische wetgeving, de eerste uitgesproken Fatwa’s (Islamitische rechtspraak). De oordelen van de Profeet (vrede zij met hem) zijn de eerste oordelen. Net zo als de Profeet, vrede zij met hem, op dit punt de leiderschap heeft, zo ook is hij, vrede zij met hem, de leider van zijn gemeenschap op alle fronten.

Het volgen van een persoon

Elk doel wordt bewandeld via diverse wegen. De weg om rijk te worden is anders dan de weg om een geleerde te worden. Om rijk te worden zal men de regels binnen de economie tot op de puntjes moeten hanteren en men moet de mensen, die op dit gebied succesvol zijn geworden, volgen. Om een geleerde te worden, zal men eerst een leerling moeten zijn van personen die het gezag hebben in dit kennisgebied. De Goddelijke waarheden bereiken is alleen mogelijk door de personen te volgen die het gezag en de bevoegdheid in dit kennisgebied hebben.

Rechtvaardigheid en waarheid, zit impliciet in het profeetschap en worden ten volle gehanteerd door de Profeet, vrede zij met hem. Ketterij, kwaad en dwaling komt van zijn vijand.

Een vers in de Koran verklaart dat het onderwerpen aan de Soennah een eis is om het welbehagen van Allah te krijgen. “Zeg (O Mohammed): Als jullie van Allah houden, volg mij dan: Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is vergevensgezind, meest barmhartig.”

De Profeet, vrede zij met hem, is een voorbeeldig persoon die de liefde en tevredenheid van onze Heer heeft. De liefde voor Allah van iemand die de Soennah van de Profeet, vrede zij met hem, niet naleeft, bestaat enkel uit woorden. Afstand nemen van de Soennah en alleen maar Koran verzen als leidraad gebruiken, houdt in dat men het lijken op die Persoon, vrede zij met hem, die Allah liefheeft, verlaat.

Iemand die de heilige Koran zelfstandig probeert te interpreteren, zonder de Hadith hierbij mee te nemen, zal in plaats van de weg van de Profeet, vrede zij met hem, zijn eigen weg volgen. De weg waartoe deze leidt, is onbekend. Het doel van het begrijpen van de Koran is het naleven en na laten leven van de Koran. De Profeet, vrede zij met hem, is de grootste ‘’gids’’ van Allah. Laten we deze waarheid vanuit de Koran bekijken.

“En wat de Boodschapper jullie geeft, neemt dat; maar wat Hij jullie verbiedt, onthoudt jullie daarvan. En vreest Allah: voorwaar, Allah is hard in de bestraffing.”

“En Hij spreekt niet uit begeerte. Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is.”

“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, hij gehoorzaamt waarlijk Allah.”

Gedetailleerde uitleg van de Soennah

Onder ‘ittiba As Soennah’ verstaan we: De weg van de Profeet, vrede zij met hem, van Allah volgen en zodoende altijd op het juiste pad blijven.

Laten we nu een vraag stellen aan ons ego. Wat zou een moe’min (gelovige) doen die in de tijd van de Profeet, vrede zij met hem, kon leven? Uiteraard zou hij de Profeet, vrede zij met hem, in alle opzichten volgen. Toch?

Dus, vandaag de dag, Zijn, vrede zij met hem, soennah naleven, heeft dezelfde betekenis.

Risale-i Noer verdeelt de Soennah in drie kerngroepen: “De waardevolle Soennah van de Profeet, vrede zij met hem, heeft drie bronnen: Woorden, daden en houdingen.”

Dus de heilige soennah van ons Profeet, vrede zij met hem, bestaan uit zijn woorden, welke uit zijn heilig tong vloeit, zijn verrichte daden en Zijn houdingen waarmee Hij een voorbeeld is voor de gehele mensheid.

Een moslim zal, om de Profeet der Profeten, vrede zij met hem, na te doen, als eerste beginnen met de Fard (geboden). De geboden van Allah zijn Fard, maar ook zijn ze soennah, uiteraard omdat de Profeet, vrede zij met hem, deze heeft uitgevoerd. Een moslim die aan de geboden van Allah precies voldoet en met gevoeligheid het verbodene verlaat, voert de Fard gedeelte van de soennah uit. Een moslim die de Fard uitvoert, zal zijn geestelijke vooruitgang voort kunnen zetten met de extra niet verplichte gebeden (nawafil). De nawafil zijn de gebeden welke buiten de Fard vallen.

De Soennah gedeelte van de salât vallen onder nawafil. Salât al-duha, tahiyatul masjid en tahajjud.

Adat-i hasene (mooie gewoontes) zijn de menselijke handelingen van de Profeet, vrede zij met hem, zoals eten, drinken, zitten enz. In elk van deze gewoontes zijn mooie voorbeelden voor de mens in verborgen. Een Moe’min die deze gewoontes elke dag pleegt, precies doet op de manier die de Profeet, vrede zij met hem, deed, zal een ander soort bron hebben gevonden en zal hiermee in zijn wereldlijke zaken meer vreugde en vrede ondervinden.

Onderwerpen aan de heilige soennah verandert je gewone handeling in een aanbidding. Hiermee zal elke daad in jouw leven veranderen in een vruchten-werpend en beloning-gevend leven.

Liefde en vrees in je hart voor Allah zijn Soennah die onder de groep ‘houdingen’ vallen.

“Onder jullie heb ik Allah het meeste lief. En ook ik vrees het meeste van Allah.” (Hadith)