betekenis

Wat betekent strijden voor Allah?

De Koran is een Boek dat als leidraad en handleiding voor iedere fase van de mens en samenleving is geopenbaard. Het is niet enkel een gebedenboek, verhalenboek of een geschiedenisboek. Het is een Boek dat alle fasen van het leven en de samenleving vormgeeft.

De Koran leert mensen hoe ze op deze vergankelijke aarde optimaal moeten handelen en zaaien zodat ze volledige winst uit hun oogst in het hiernamaals kunnen halen. Hij geeft richtlijnen hoe een optimale samenleving vormgegeven kan worden. In de eerste 13 jaar (Mekka periode) zien we dat de Koranverzen vooral op geloofspunten zijn gericht.

In die 13 jaar werden moslims zo wreed vervolgd, gemarteld en zelfs vermoord dat ze noodgedwongen moesten emigreren naar Medina. In de veilige Medina werd de eerste moslimgemeenschap vormgegeven. Naast geloofspunten kwamen nu ook openbaringen over hoe de samenleving vormgegeven diende te worden. De verzen in Medina hadden meer wetten en regels om de islamitische samenleving te vormen.

Hoe vredelievend en humaan een samenleving ook is, er zijn momenten dat ze moeten strijden en zich moeten verdedigen tegen de aanvallen van agressors. Zoals iedere samenleving had ook de moslims met vijandschap en agressors van buitenaf te kampen. Het tijdperk om je land te verdedigen was aangebroken. Als we kijken naar de gebieden waar onze Nobele Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, heeft gestreden dan zien we dat deze rondom Medina waren. Het waren allemaal noodgedwongen verdedigingsoorlogen om zichzelf, hun gezinnen, familie en bezitten te verdedigen tegen de aanvallen van de agressors.

Het was voor het eerst in Badr (Medina) dat moslims tegenover een gewapende vijand die vanuit Mekka was gekomen. Ook hiervoor heeft de Koran richtlijnen gegeven. De Koran heeft de voormalige woeste, wrede, barbaarse nomaden van hun ‘wreedheden’ ontdaan en heeft hen ‘humane’ verdedigingsmethoden in het strijdveld geleerd. Naarmate u de Koran verder leest zult u enkele van deze verzen tegenkomen. We zullen hier een paar van deze behandelen zodat u soortgelijke verzen in de Koran hiermee kunt vergelijken.

Koran gebiedt om enkel te strijden tegen diegenen die tegen jullie strijden. Dus van diegenen die niet strijden en niet op strijdtoneel verschijnen en thuis gebleven zijn, daar blijf je van af! Marteling en verminking is een gruwelijke overtreding, Allah houdt niet van overtreders dus weerhoud jullie van deze gruweldaden: ‘Strijd (zonder eigenbelang) op de weg van Allah tegen hen, die jullie bestrijden, maar overtreed (de grenzen, de regels) niet. Allah houdt immers niet van overtreders.’ (2:190)

Als ze vrede (staak het vuren) willen dan moeten jullie stoppen met oorlog voeren. Dus niet nog even doorgaan om ze een genadeklap te geven.

‘…Dus indien zij zich op een afstand van jullie houden en jullie niet bevechten en jullie vrede aanbieden, (dan) heeft Allah jullie niet toegestaan om iets tegen hen te ondernemen.’ (4:90)

‘Indien zij tot vrede neigen, neig jij daar dan eveneens toe en stel jouw vertrouwen in Allah.’ (8:61)

Als ze jullie continu aanvallen en de vrede die jullie aanbieden niet accepteren dan zit er niets anders op en is jullie toestemming gegeven om deze agressors te doden tijdens oorlog waar ze zich ook bevinden.

‘….Indien zij zich derhalve jullie niet met rust laten, noch jullie vrede aanbieden, noch hun handen van jullie afhouden, grijp hen dan en dood hen waar jullie hen ook vinden. Tegen diegenen hebben Wij jullie duidelijk gezag verleend.’ (4:91)

Dit zijn dus verzen die enkel van toepassing zijn tijdens een strijdveld.

Er wordt een zeer duidelijke onderscheid gemaakt tussen hoe moslims moeten handelen in ‘vrede-‘ en ‘oorlogssituatie’. ‘Allah verbiedt jullie niet om hen, die niet met jullie strijden om het geloof en jullie niet verdrijven uit jullie woonplaatsen, goed en rechtvaardig te behandelen. Allah houdt van diegenen die rechtvaardig zijn.’ (60:8)

‘Allah verbiedt jullie echter hen als bondsgenoten te nemen die tegen jullie strijden vanwege het geloof en die verdrijven uit jullie woonplaatsen hen (anderen) helpen om jullie te verdrijven. Degenen die hen als bondgenoot nemen, dat zijn de onrechtplegers.’ (60:9)

Wat wordt er bedoeld met het strijden op het pad van Allah (4:74 en 4:75)?

We lezen dat vanaf vers 59 een nieuw onderwerp wordt aangehaald: Het gehoorzaam zijn aan Allah en aan Zijn Nobele Profeet, vrede zij met hem. Naast het gehoorzaam zijn in religieuze geboden en verboden wordt in vers 74 ook duidelijk gemaakt dat men onze Nobele Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, moeten gehoorzamen als ‘commandant’ in oorlogssituaties. In vers 80 wordt dit gehoorzaamheid nogmaals benadrukt.

Dus de essentie van dit onderwerp is niet zozeer het ‘oorlog voeren’ maar het gehoorzamen van je commandant voor en tijdens het voeren van oorlog.

Wat is de betekenis van een ziekte?

Oh patiënt vol zelfbeklag! Je hebt geen recht van klagen, je zou eerder dankbaar en geduldig moeten zijn. Jouw lichaam, je ledematen en je organen zijn niet jouw eigendom. Jij hebt ze niet zelf gemaakt en ook niet van een handelaar gekocht. Dat betekent dat er een andere Eigenaar is. De Eigenaar kan ze gebruiken zoals Hij dat wil.

Een rijke en talentvolle kledingontwerper kan bijvoorbeeld, om de schoonheid van zijn kunstige ontwerpen te tonen, een arme man als model in dienst nemen. Hij laat die arme man tegen een vergoeding zijn met juwelen versierde meest vakkundig gestikte overhemd passen, voor een periode van een uurtje… Terwijl de man het overhemd draagt, werkt de ontwerper eraan en geeft hij het diverse vormen. Om de buitengewoon gevarieerde aspecten van zijn kunst ten toon te brengen knipt hij het overhemd, verandert dit, neemt het in en legt het uit.

Staat die arme man, die voor een vergoeding werkt, dan in zijn recht indien hij tegen die persoon zegt: “Dit is zó lastig: dan moet ik weer buigen, dan moet ik weer rechtop gaan staan. Daarbij komt dat je mijn uiterlijk ondermijnt door dat overhemd, dat mij zo goed staat, eerst langer te maken en dan weer te verkorten.” Mag hij dan zeggen dat de kunstenaar onvriendelijk en onrechtvaardig tegen hem is?

Oh zieke! Zoals in deze gelijkenis naar voren komt, heeft de Prachtige Schepper jou een lichaam als gewaad gegeven, dat getooid is met juwelen in de vorm van (spiritueel) licht bevattende zintuigen, zoals ogen, oren, hersenen en een hart; en om jou de borduursels van Zijn Schone Namen te laten zien, laat Hij je in verschillende situaties roteren en verandert Hij je middels het opdoen van allerlei ervaringen. Zoals je door honger Zijn Schone Namen ‘de Voorziener’ hebt leren kennen, leer je nu door je ziekte Zijn Schone Naam ‘de Genezer’ kennen.

Wat houdt jihad in?

Het Arabische woord ‘jihad’ betekent letterlijk strijden of streven en is van toepassing op elke inspanning die iemand levert. In deze betekenis streeft een student om zijn diploma te behalen. Een zakenman streeft ernaar geld te verdienen. Een moeder streeft ernaar haar kinderen op te voeden tot goede en eerlijke mensen. Met andere woorden, jihad betekent je best doen om een gewenst doel te bereiken.

In religieuze zin verwijst het woord jihad zoals het in de Koran wordt gebruikt naar een spirituele strijd tegen het kwaad dat leeft in onszelf. In de islam bestaat geen concept van ‘heilige oorlog.’ Dit begrip wordt op geen enkele plek in de Koran genoemd, noch in de authentieke overleveringen van de woorden van de profeet Mohammed, vrede zij met hem, noch in de vroege islamitische literatuur. De Arabische term voor militaire oorlog is qital, niet jihad.

In de woorden van Profeet Mohammed, vrede zij met hem, zijn er grotere en kleinere onderdelen van jihad. De grote jihad bestaat uit het bestrijden van bijgeloof, verkeerde overtuigingen, vleselijke verlangens en de slechte neigingen van het ego tijdens het najagen van intellectuele en spirituele verlichting. Dit is de grote jihad, omdat deze constant is en zich in vele vormen, op onzichtbare wijze voordoet. De kleine(re) jihad bestaat uit het aanmoedigen van anderen om dit pad te volgen. Hoewel dit meestal in militaire zin wordt uitgelegd, is de kleine jihad, veel meer dan dat. Het omvat alle handelingen die een gelovige of een geloofsgemeenschap onderneemt om de zaak van de islam, via wetmatige kanalen, te vergroten.

De Profeet, vrede zij met hem, combineerde deze twee kanten van de jihad op evenwichtige wijze. Getuigenissen van zijn ongeëvenaarde moed en oplossingen voor het verdedigen van het opkomende geloof en de moslimgemeenschap zijn in talloze geschiedenisboeken te vinden. Daarnaast zijn er vele verslagen van zijn spirituele gevechten en het vasten tijdens de nacht. Toen zijn vrouw A’isha hem vroeg of zijn toewijding aan het bidden niet een beetje te ver ging, antwoordde hij: “Dien ik dan niet een dankbare dienaar van Allah te zijn ?” Wanneer A’isha wakker werd, vond zij hem in het holst van de nacht vaak smekend op zijn knieën.

Moslims gebruiken het woord jihad voor alle vormen van streven en voor hen heeft het in de loop der tijd verschillende specifieke betekenissen gekregen. De Koran en de hadith (overleveringen) van profeet Mohammed (vrede zij met hem), de twee belangrijkste bronnen in de islam, gebruiken de term jihad in een groot aantal verschillende contexten, zoals hieronder te zien is:

• Het erkennen van de Schepper en deze het meest van alles liefhebben (9:23-24)

• Weerstand bieden aan de verkeerde druk van ouders, leeftijdgenoten of de maatschappij(25:52)

• Standvastig op het rechte pad van geloof en evenwicht blijven (22:78), (3:142)

• Naar rechtschapen daden streven (29:69)

• De moed en standvastigheid hebben om de boodschap van de Islam te verkondigen (41:33)

• Het verdedigen van zowel de Islam en de moslimgemeenschap, als het helpen van bondgenoten, die niet noodzakelijk moslim hoeven te zijn (22:39-40)

• Verraderlijke mensen van hun macht beroven (8:58)

• De vrijheid bevechten om de boodschap van de Islam in een open en vrije omgeving te onderwijzen en te verkondigen(2:217)

• Mensen bevrijden van tirannie en onderdrukking (4:75)

Profeet Mohammed, vrede zij met hem, adviseerde een man die zich bij zijn leger wilde aansluiten, zijn jihad(strijd) te beginnen door zijn ouders te dienen (Sahih Al-Boechari, 597:2). Een andere keer antwoordde de profeet (vrede zij met hem) toen een man naar een betere vorm van jihad vroeg: “ een woord van waarheid ten overstaan van een onderdrukkende heerser” (Soenan al-Nasa’i).

Een militaire jihad is een laatste middel dat binnen de grenzen van de Koran (2:190) en de praktijk van Profeet Mohammed, vrede zij met hem, gegeven wordt. Vreedzame oplossingen van conflicten genieten de voorkeur boven militaire. Indien oorlog onvermijdelijk is, dient elke gelegenheid om de oorlog te beëindigen, benut te worden. Oorlog is alleen toegestaan voor het verdedigen van land en vrijheden (22:39-40), (60:8). De Koran stelt: “Maar indien de vijand tot vrede neigt, dient gij ook tot vrede geneigd te zijn …”(8:61).

Tijdens een militaire oorlogvoering dienen bepaalde regels in acht gehouden te worden:

– Alleen naties kunnen elkaar de oorlog verklaren, individuen niet.

– De jihad kan geen offensieve actie omvatten of oorlog om persoonlijke redenen of nationalistische conflicten.

– Er mag geen sprake zijn van blindelings moorden en roven.

– Vrouwen, kinderen en ouderen mogen niet opzettelijk gedood worden.

– Bomen en gewassen mogen niet vernield worden.

Wat houden de drie heilige maanden (Rajab, Sjabaan en Ramadan) in?

De islamitische wereld bereidt zich nogmaals voor om de ‘drie heilige maanden’ te verwelkomen. De maanden Rajab en Sjabaan hebben een speciale plek bij de gelovigen, omdat ze in de heilige Koran en de hadith worden geprezen en omdat ze de komst van de heilige maand Ramadan aankondigen.

Met de komst van de drie heilige maanden, in de religieuze terminologie “sjuhur al salasa” genoemd, bevinden de zielen van de moslims zich in aparte sferen. Dit zijn immers de maanden waarin de Goddelijke Genade extra stroomt. Als we in andere tijden voor onze goede daden en aanbiddingen tien beloningen ontvangen, krijgen we in de maanden Rajab, Sjabaan en Ramadan op een toenemende wijze veel meer beloningen.

Bijvoorbeeld, in andere tijden ontvang je per gelezen letter van de Koran tien beloningen, maar in de maand Rajab ontvang je maar liefst honderd beloningen. In de maand Sjabaan driehonderd en tijdens de Ramadan kan dit tot duizend oplopen. De djuma nachten (de nacht van donderdag op vrijdag) kan het de duizenden beloningen bereiken. Als we in rekening nemen dat het tijdens de Qadr nacht wel tot dertigduizend kan oplopen, kunnen we beseffen wat voor een kostbare gelegenheid de drie maanden zijn op het gebied van de hiernamaalse ‘investering’.

Daarom worden ‘de drie maanden’ ook wel gezien als “een heilige markt van hiernamaalse handel, waarin vele hiernamaalse gunsten worden gewonnen en een tentoonstelling voor aanbidding en mensen die naar haq (waarheid) streven”. Zoals we weten hebben markten en braderieën een belangrijke plaats in de handelswereld. De markt wordt slechts op bepaalde dagen, op een bepaalde plaats gehouden en de mensen kunnen hun allerlei behoeftes hier inkopen. Die dag kunnen ze van ochtend tot avond gebruik maken van de relatief goedkope producten van de markt. Maar een persoon die op die dag niet naar de markt kon, moet een week wachten om in diezelfde gunstige omstandigheden te kunnen inkopen. Want de markt is er maar één dag.

Op dezelfde manier zijn ‘de drie maanden’ als spirituele/hiernamaalse markten die één keer per jaar worden gehouden. Mensen die het kunnen benutten, verwerven grote winsten uit deze markt. De handelingen die op het hiernamaals gericht zijn, worden vermenigvuldigd in vergelijking met andere tijden. Zij lezen meer de Koran, doen meer kennis op, slapen minder om zo meer aan bezinning, aanbidding en islamitische diensten te doen. Ze racen met elkaar om goede werken te verrichten. Op deze manier benutten ze dit beloningsvolle tijdsbestek op een goede manier. De spirituele handelingen die in dit tijdsbestek worden verricht, kunnen worden gezien als de meest winstgevende investering in het eeuwige hiernamaals.

Aan de andere kant verliezen zij die de waarde van ‘de drie maanden’ niet kennen en deze niet kunnen benutten, de kans op deze winstgevende handel die voor iedereen open staat.

Het is dus erg belangrijk om de ‘drie maanden’ en de heilige dagen hierin, met volle enthousiasme te benutten. Hiermee wordt tevens de glorie en eer van de islam getoond en wordt er als voorbeeld gefungeerd voor zij die ver af staan van de islamitische betekenis.

Op deze manier richten alle moslims zich op hiernamaalse winst. Iedereen verkeert in een oneindige race op de weg naar de tevredenheid van Allah (God). De spirituele sfeer die dan ontstaat, geeft de gehele samenleving rust en harmonie. In deze sfeer haalt een ieder een voordeel uit naar zijn eigen rang. De vele aanbiddingen, de gelezen Koran, de vele smeekbedes en de onuitputtelijke race om islamitische diensten te vervullen, trekken de Goddelijke Genade extra aan. Daarnaast reinigen de oprechte handelingen onze spirituele lucht, die door zondes, wreedheden en onbedachtzaamheden was vervuild.

Wij dienen daarom deze jaarlijks aangeboden gunst te benutten. Wij kunnen hiervoor vaker met broeders/zusters bijeenkomen om Allah (God) te herdenken. We kunnen de Koran hoofdstukken onderling verdelen om bijvoorbeeld wekelijks gezamenlijk de Koran uit te lezen. We kunnen meer dua en dhikr doen. Islamitische werken kunnen vaker gelezen worden. We kunnen ons meer inspannen om de islamitische waarheden op de juiste manier te leven en te verkondigen. De kleinste inspanning kan honderdvoudig beloond worden.

Hiernaast dienen we niet te vergeten dat we deze speciale maanden en dagen, thuis met onze familie op een speciale manier moeten beleven. Onze kinderen dienen op te groeien door deze spirituele lucht ‘in te ademen’. Daarom is het heel voordelig om ze bij speciale dagen met cadeaus blij te maken en ze aan moskeeën te laten wennen.

Het is enorm kostbaar en zegeningvol om rond de ochtendtijden, wanneer de zon opkomt, dua (smeekbede) te doen. De kans dat de smeekbedes rond die zegeningvolle tijd worden aanvaard, is veel groter. Op deze manier worden we herenigd met de bron van troost voor al onze eigen verdriet en dat van de gehele mensheid.

Deze maanden zijn dus een keten van kansen voor ons.

Het zijn kansen voor ons om onze eenzaamheid te elimineren en om ons onze sociale verplichtingen te laten herinneren in een tijd waarin we bijna zijn vergeten hoe we moeten delen; dit zijn tijden waarin we ons gevoel voor empathie kunnen ontwikkelen.

Dit zijn kansen die ons kunnen herinneren aan datgene wat wij vergeten tijdens de wereldse verplichtingen van het leven, een kans om onze geest te ontwikkelen door middel van aanbidding en om onze emotionele wereld te verfrissen. Belangrijkste van al, zijn dit grote kansen om onszelf te kunnen zuiveren.

Tijdens deze vreugdevolle periode, is het tijd om het volgende te uiten, zoals onze profeet dat deed om deze heilige maanden te begroeten:

“Allahumma baraklana fee Rajab wa Sha’ban wa ballighna Ramadan”

Oh Allah, maak de maanden Rajab en Sjabaan gezegend voor ons! En laat ons de maand Ramadan bereiken!

Hebben de bewegingen tijdens het gebed een betekenis?

In de islam is het verplichte gebed (salât) dusdanig (vormgegeven) dat mensen er zowel mentaal, sociaal, spiritueel als lichamelijk mee bezig zijn. Als onderdeel van het gebed reciteert een moslim delen van de heilige Koran, uit hij of zij woorden van verheerlijking, verheffing en dank, en verricht hij of zij een aantal bewegingen zoals de handen tot schouderhoogte opheffen, met de handen voor het lichaam gevouwen staan, buigen, op de grond neerknielen en vooroverbuigen en zitten. De bewegingen in een gebed hebben specifieke doeleinden en betekenissen.

Door middel van de lichamelijke bewegingen tijdens het gebed wordt Allah verheerlijkt, aanbeden en geprezen. Zo begint een moslim zijn of haar gebed bijvoorbeeld met het (in zichzelf) uitspreken van de intentie om in naam van Allah te bidden en zegt hij of zij “Allah is de grootste”, terwijl tegelijkertijd de handen opgeheven worden, waarmee men de wereld en wereldse zaken letterlijk achter zich laat en alleen voor Allah staat. Wanneer men zich vooroverbuigt, buigt men het ‘zelf’ voor Allah, waarmee Allah verheerlijkt wordt. Met het knielen en vooroverbuigen plaatst men het zelf op het absoluut laagste punt in het aangezicht van Allah en wordt de ultieme mate van fysieke verheerlijking van Allah vertoond.

De lichaamsbewegingen in het gebed van een moslim laten ook in toenemende mate oplopende niveaus van onderwerping aan Allah zien. Terwijl men in staande positie de handen voor zich gevouwen houdt, zegt men als het ware:

‘Mijn handen zijn gebonden, ik geef mij over aan U en Uw wil.’

Het vooroverbuigen (roekoe) is een hogere graad van onderwerping. Hiermee wordt het verdedigingsmechanisme van het zelf doorbroken en lijkt het alsof men zegt:

‘Ik buig alleen voor U, ik kan niet zien wat zich voor mij bevindt. Mijn God, ik ben hulpeloos ten opzichte van U.’

Het knielen en op de grond vooroverbuigen, de prosternatie (sjoedjoed), vormt de ultieme gradatie van onderwerping. Men zegt er als het ware mee:

‘Mijn God, ik breng mijn hoofd naar hetzelfde niveau als mijn voeten. Uit respect voor U verlaag ik mijzelf tot niets. Ik ben volledig weerloos ten opzichte van Uw wil. Zelfs mijn ‘ego’ staat niet tussen U en mij in.’

Het uitdrukken van de eigen beperkingen en zwakheden, en het erkennen van de grootsheid en glorie van Allah vormt de essentie van het (aan)bidden en het voertuig om spiritueel dichter tot Allah te komen. Wie zichzelf boven alles en iedereen plaatst, kan zich niet spiritueel ontwikkelen. De bewegingen tijdens de gebeden doorbreken de illusie van zelfverheerlijking en openen de deur tot spirituele ontwikkeling.

Wat betekent het woord Bismillah?

“Bismillah” (In de naam van Allah) is het begin van al het goede. Vandaar dat wij ook hiermee beginnen. Weet o mijn ego! Net zoals dit gezegende woord een herkenningsteken van de Islam is, is het ook een veel gesproken smeekgebed, dat door het hele bestaan in haar daden wordt uitgedrukt. Als je wilt begrijpen in hoeverre het woord “Bismillah” een grote, onuitputtelijke kracht en een oneindige, onophoudelijke zegening is, kijk dan naar dit voorbeeld dat uitgedrukt wordt in een verhaal. Luister… Het is als volgt:

Het is voor een bedoeïen die in de Arabische woestijnen rondtrekt noodzakelijk om in de naam van een stamhoofd te reizen en zich door hem te laten beschermen tegen het kwaad van de rovers en zich door hem in zijn behoeften te laten voorzien. Doet hij dit niet, dan is hij op zichzelf aangewezen en zal hij door talloze vijanden en zijn eindeloze, onbevredigbare behoeften vernederd worden. Nu waren twee personen voor een dergelijke reis de woestijn ingegaan. Eén van hen was bescheiden, de andere was hoogmoedig. De bescheiden persoon ging op weg in naam van een leider, de hoogmoedige persoon deed dit niet… De bescheiden persoon die in de naam van een leider op weg ging, reisde overal heen in vrede. Wanneer hij een rover tegen kwam zei hij: “Ik reis in de naam van die en die.”, waardoor de rover zich uit de voeten maakte en de reiziger niets aandeed. Wanneer de reiziger een tent binnen liep, kreeg hij door de naam van die leider respect. De andere, hoogmoedige persoon, echter, had tijdens zijn reis te kampen met zoveel problemen dat het niet te beschrijven was. De hele reis huiverde hij van angst en overal moest hij bedelen. Hij werd een schandelijke en laaghartige persoon. Weet o hoogmoedig ego! Jij bent die reiziger. Deze wereld is de woestijn. Jouw zwakheid en armoede zijn eindeloos. Jouw vijanden en behoeften zijn talloos. Daar het nu eenmaal zo is, accepteer dan de naam van de Eeuwige Eigenaar en de Oereeuwige Alwijze van deze woestijn zodat je niet in het hele bestaan hoeft te bedelen en zodat je wordt gered van de angst die alle gebeurtenissen teweegbrengen. Jazeker, dit woord is erg gezegend. Het zorgt ervoor dat jouw eindeloze armoede en zwakheid, oneindige kracht en barmhartigheid aantrekken en dat jouw zwakheid en armoede in de aanwezigheid van de Barmhartige Almachtige de meest geaccepteerde bemiddelaar wordt. Jazeker, degene die in deze naam handelt, is te vergelijken met iemand die zich bij het leger aanmeldt. Hij handelt dan in naam van de staat en zal voor niemand uitwijken. Hij zal zeggen dat hij in naam van de wet, in naam van de staat handelt en kan alles doen en alles weerstaan. (bron: Risale-i Noer, leidraad voor de jongeren)

Wat houdt profeetschap in?

Profeetschap is de hoogste rang en de hoogste eer die er bestaat. Het bewijst dat het innerlijke van de profeet verheven is over dat van anderen. Je kunt een profeet vergelijken met een tak dat vanuit een Goddelijke naar het menselijke reikt. Hij is het hart en de tong van de schepping. Hij bezit niet alleen een voortreffelijk intellect dat doordringt tot de realiteit van de gebeurtenissen waarbij genieën in de schaduw vallen, maar is ook een ideaal wezen wiens vermogen actief en in overeenstemming uitmuntend is. De hemel waarnaar hij streeft nadert hij gestadig. Hem wacht een Goddelijke inspiratie bij de problemen die hij tegenkomt. Hij Wordt beschouwd als het contactpunt tussen de zaken en wezens nu en in het hiernamaals. Zijn lichaam is samen met zijn ziel onderworpen aan zijn hart, dat figuurlijk de zetel is van het geestelijk verstand. Zijn waarnemen en gedachten zijn altijd gericht tot de Schone Namen en Eigenschappen van God.

Het waarnemingsvermogen van een profeet dat ontwikkeld is tot het volmaakte, bijvoorbeeld het zien en horen en daarmee ook dit weten, overtreft dat van gewone mensen. Evenmin kan zijn uitzonderlijk vermogen verklaard worden met natuurkundige termen zoals een golflengte verschil van het licht of geluid of met andere termen. Een gewone mens heeft noch de middelen noch het vermogen om de kennis van een profeet te vergaren, dit zou boven de limieten van de normale menselijke natuur gaan. Hoezeer ons vermogen tot analyse en synthese ook is ontplooid, wij kunnen in deze de profeten niet evenaren.

Door bemiddeling van profeten is de mens in staat geweest om inzicht te krijgen in de schepping en zo de bedoeling ervan te begrijpen. Zonder de profeten en hun leer had de mens de ware natuur en betekenis van dingen en gebeurtenissen niet kunnen zien of begrijpen. Ook had hij niet kunnen toetreden tot en kunnen gaan omgaan met wat er in en om hem heen gebeurt.

Behalve het mededelen van de boodschap en de weg van God hebben de profeten de mensen ook iets geleerd over God en Zijn Schone Namen en Attributen. Hun eerste taak was de mens iets te leren over de realiteit, het ware doel en de betekenis van dit leven. Aangezien God boven het begrip en de gewaarwording van de mens gaat, was de taak van de profeten om de meest gehoorzame, voorzichtige, bewuste, zelfgedisciplineerde onder de mensen te zijn bij het uitvoeren van hun missie. Als er geen eensluidende, heldere uitspraken van de profeten waren geweest over de Schepper, de Almachtige, de Alwetende, die de hele schepping regeert, in staande houdt en koestert van het kleinste deeltje tot het grootste sterrenstelsel, dan was het voor de mens nooit mogelijk geweest om iets zinnigs over God te denken of te zeggen.

Elk deeltje van het universum probeert als het ware, de Namen en Attributen van de Almachtige, alles omgevende Schepper te tonen. Op dezelfde wijze hebben de profeten kennis genomen van, daarna bevestigd en zich trouw gehouden aan de subtiele, mysterieuze relatie tussen God en Zijn Namen en Attributen. Het was hun plicht om alles over God te weten en over Hem te vertellen. Daarom zijn zij toegetreden tot de ware betekenis van de omstandigheden en hebben deze direct en oprecht aan hun naaste mensen meegedeeld.

Net zoals we bij de kleinste tentoonstellingen, publieke beurzen en dat soort evenementen gebruik maken van een gids die onze richting bepaalt en onze aandacht op bepaalde zaken probeert te richten, zo ook met de prachtige vertoning van de schepping hebben we behoefte aan gidsen die ons naar het doel en de bedoeling ervan leiden en zo wegwijs maken binnen de schepping.

Is het mogelijk dat de Enige die, om zich bekend te maken, bevel gaf tot deze schepping, Zijn werken voor ons opende tot deze verwondering en ontzag -is het mogelijk dat Hij Zijn Schone Namen en Attributen niet zou openbaren door middel van enkele onderscheiden dienstboden voor degenen die Hem willen leren kennen? Als dit zo was zou Zijn schepping dan niet zinloos zijn geweest? Het opperste Wezen die alles als een tong, als een brief heeft gecreëerd, en die Zijn Wijsheid en Zegen op een dergelijke manier bekend heeft gemaakt is absoluut vrij van ijdelheid en absurditeit. Aldus lijkt het ons het meest waarschijnlijk dat de mensen waar dan ook op de wereld, van Gods openbaring door Zijn profeten, ontbeert zijn geweest. De Koran is wat betreft dit punt heel duidelijk: “En voor zeker zenden Wij naar elk volk een boodschapper met het bevel; aanbidt God en vermijd het Boze” (Koran, 16:36).

De mens vergat echter de leer, gebracht door die aangestelde dienstboden en in de loop der tijd dwaalde hij van het goede pad af, soms verafgoddelijkte hij zelf degenen die tegen de leer van de profeten predikten en dwaalde uiteindelijk af.

Over de hele wereld zijn er voorbeelden van wat verbeelding van de mens heeft verafgod -zoals de berg van Pallatinus van de goden in het oude Griekenland en tot op heden de rivier Ganges in India. Zelfs als we accepteren dat er een reusachtig verschil moet zijn tussen hun eerste verschijning en de feitelijke posities nu, is het vrijwel onmogelijk om de omstandigheden die Confucius in China, Brahma in India hebben doen ontstaan te begrijpen. Het is evenwel moeilijk te veronderstellen wat de oorspronkelijke leer omvatte of erachter te komen in hoeverre tijd en degeneratie van de mens de eerste boodschap hebben vervalst.

Had de Koran, die alle twijfels uit de weg ruimt, Jezus niet geïntroduceerd, dan was het nu niet mogelijk geweest om een goed beeld van zijn leven en leer te hebben. De waarheid rond Jezus is door de priesters met de filosofie en afgoderij van de oude Grieken en Romeinen die goddelijkheid aan de mens toeschreven en daarmee God vergeleken met de mens, verstoord. De stelling van de drie-eenheid is zeker een priesterlijke, menselijke corruptie, het is beledigend voor het gezond verstand en de rede en wat nog schandelijker is, onbeschaamd jegens God.

Misschien was het een van de voorwaarden van het Romeinse rijk dat toen het Christendom als de officiële staatsgodsdienst accepteerde dat de vieringen, de kerkelijke feestdagen, de plechtigheden, en de rituelen van de kerk zo duidelijk en schaamteloos afgeleid werden van, of dat ze direct de afgodpraktijken van de oude Grieken en Romeinen imiteerden. Want zonder de verlichtende openbaring van de Koran is het zeer moeilijk om Jezus zoals aanbeden in de kerk te onderscheiden van Adonis of Dionysus.

Als we er rekening me houden dat het Christendom relatief gezien nog vrij recent is en als we kijken naar wat de Christenen hun boek -de Bijbel- en hun Profeet hebben aangedaan mogen we ons afvragen hoe vele anderen zoals Christus door de eeuwen heen zijn behandeld. Uit een betrouwbaar bron is er een hadith waarin staat vermeldt: “De leerlingen van een profeet zullen na zijn dood zijn missie volbrengen, maar sommige van zijn volgelingen zullen later alles wat hij heeft opgericht te niet doen”: (Moeslim,Fada’il al-Sahaba, 210-212;Ibn Hanbal, Moesnad, 417). Dit is een zeer belangrijk punt. Velen van de religies die we nu als niet valide achten zijn door de tijd heen door opzettelijke kwaadwilligheid van hun vijanden veranderd in leugens, bijgeloof en legendes -ondanks het feit dat ze oorspronkelijk afkomstig zouden kunnen zijn van de puurste Goddelijke bron.

Het ten onrechte beweren dat iemand een profeet is komt neer op “koefr” (ongeloof), zoals het weigeren te geloven in een ware profeet ook “koefr” is. Aan de andere kant wanneer deze religies zich in dezelfde situatie bevinden als het Christendom, dat betekent, als ze door de tijd heen door hun eigen volgelingen verdraaid zijn, zouden we die religies met enige voorzichtigheid en tot op zekere hoogte met behoudend oordeel moeten benaderen. We zouden moeten denken wat het Boeddhisme in zijn ware oorspronkelijkheid geweest zou kunnen zijn; ook voor de Brahmanische leer is de leer die toegeschreven is aan Confucius, het Shamanisme en andere stromingen van dien aard geldt zo’n gedachte.

Het zou kunnen zijn dat we in hen nog een restant kunnen vinden van wat ze oorspronkelijk geweest waren. De oorspronkelijke hoedanigheid -of zo nu reëel of fictief waren- was niet als wat ze nu zijn. Als we het onmogelijke zouden veronderstellen dat hun oprichters zouden terugkeren en de religie die ze oorspronkelijk zelf gesticht hadden zouden kunnen zien, dan zouden ze diens huidige situatie niet weder herkennen als zijnde hun oorspronkelijke religie.

Er zijn vele religies geweest in de wereld, die vervormd en veranderd zijn, en daaruit volgend is het van belang dat we de reinheid van hun originele oprichting accepteren. De Koran zegt: “Wij hebben jou met de waarheid gezonden als verkondiger van goed nieuws en als waarschuwer. En er is geen gemeenschap of er is wel een waarschuwer geweest” (35:24).

“En Wij hebben toch in elk gemeenschap een afgezant laten opstaan?” (16:36).

Deze verzen verklaren universeel dat God naar alle mensen over de hele wereld boodschappers heeft gestuurd. De namen van enkele van deze boodschappers zijn ons bekend gemaakt middels de Koran, maar er is een groot aantal waarvan de namen ons niet bekend zijn. De namen die wij kennen zijn 28 van de 124 duizend (of zelfs 224 duizend); zelfs van de meesten van hen weten we niet zeker waar en wanneer ze hebben geleefd. In principe zijn we niet verplicht om alle profeten uit de geschiedenis te kennen. De Koran zegt: “En Wij hebben al voor jouw tijd afgezanten gezonden. Onder hen zijn erover wie Wij jouw verteld hebben en onder hen zijn er over wie Wij jouw niet verteld hebben”(al-Ghafir:78).

Op deze manier waarschuwt de Koran ons over het feit dat we ons niet hoeven bezig te houden met profeten die niet genoemd zijn in de Koran.

Recente vergelijkende studies in religie, filosofie en antropologie hebben laten zien hoe vele leefgemeenschappen die op grote afstanden van elkaar leven overeenkomsten tonen in hun denkbeelden en gebruiken. Ter illustratie; het keren van een pleurale tot een singulier concept van God; het in tijden van uitzondering, stress middels smeekbeden toevlucht zoeken in de Enige, Allerhoogste God, door de handen tot de hemel te heffen om op die manier iets van Hem te vragen. Er zijn veel van zulke verschijnselen die op een enkelvoudige bron, op een enkelvoudige lering wijzen. We zullen niet verder op dit punt ingaan; Het onderwerp is behandeld op de vraag: hoeveel profeten zijn er naar de mens gestuurd?

Wanneer primitieve stammen die afgezonderd zijn van de beschaving en de invloed van de bekende profeten, toch begrip hebben van het Een zijn van God, ook al hebben ze weinig begrip van hoe ze dat geloof moeten naleven, dan moet dit verschijnsel bevestigen wat ons in de Koran wordt verteld, namelijk: ieder mens en ieder volk heeft zijn eigen Boodschap (profetie) en Boodschapper (profeet) gehad: “voor elk volk is er een Boodschapper. Wanneer daarom hun Boodschapper komt, wordt er met rechtvaardigheid onder hen geoordeeld en hun wordt geen onrecht aangedaan” (Koran, 10:47).

Er is geen enkel land, geen enkel volk waarvoor deze verkondiging niet geldig is.

Dit brengt ons bij de vraag of degenen die beweren dat er naar hen geen profeet is gezonden verantwoordelijk geacht zullen worden voor hun geloof en hun daden. Zoals we zojuist hebben verklaard is er geen enkel reden om aan te nemen dat er mensen op de wereld zijn die in alle opzichten van het licht van de profetie beroofd zijn.

Er kunnen periodes geweest zijn waarin de duisternis scheen te overheersen. Maar deze perioden waren tijdelijk van aard, waarna de Glorie en de Zegen van God de mensen opnieuw verlichtte via openbaringen aan Zijn gekozen Boodschappers. In meer of mindere mate heeft dus ieder volk op een bepaald punt in zijn verleden de Zegen van de openbaringen gezien, gehoord of ten volle ervaren. Toch moeten we erkennen dat in sommige instanties de destructie van het geloof dat door de profeten was gevestigd, zo absoluut was dat de mensen verdraaiingen en bizarre vereringsrituelen in de religie introduceerden, zodat de ware lering gedeeltelijk zo niet helemaal voor de mensen verloren was gegaan.

In zulke gevallen, kan een lang interregnum van duisternis, de verlichting hebben verdrongen. Hoewel duisternis altijd gevolgd wordt door verlichting en verlichting door duisternis, kunnen er mensen geweest zijn voor wie onbewust en tegen hun eigen wil de duisternis geen einde vond. Voor hen die in deze situatie verkeerden staan er goede berichten in de Koran vermeld.

Zij worden niet schuldig bevonden aan of gestraft voor de fouten die ze hebben begaan voordat en tenzij zij zijn gewaarschuwd: “en Wij straffen nimmer voordat Wij een boodschapper hebben gezonden.” (Koran, 17:15)

Dit betekent dat de waarschuwing aan de verantwoordelijkheid voorafgaat pas waarna de straf of de beloning volgt die iemand toekomt.

Over de details van deze kwestie denken de stichters van de Islamitische denkscholen verschillend. Imam Matoeridi en zijn school beweren dat geen enkel mens geëxcuseerd mag worden, aangezien er genoeg bewijs voor het bestaan van de Ene Schepper is wat dan uiteindelijk weer tot het geloof in Hem kan leiden. In tegenstelling tot imam Matoeridi beweert de “Ashari” school verwijzend naar de hierboven geciteerde vers uit de Koran, dat waarschuwing en begeleiding aan de oordeel moeten voorafgaan, en dat de mensen alleen verantwoordelijk kunnen worden gesteld als hen een profeet is gezonden. Er is een derde groep geleerden die deze twee standpunten heeft gecombineerd. Zij beweren dat degenen die geen profeet toegezonden hebben gekregen en dus niet uit eigen wil tot ongeloof zijn afgedwaald en afgoden hebben aanbeden “ahl-i najat” (de mensen die vrijgesteld zullen worden van straffen en zo met de Wil van God gered zullen worden) zijn. Want sommige mensen kunnen feitelijk noch de zaken en gebeurtenissen die zich rond hem afspelen analyseren, noch de betekenissen ervan doorgronden, zo kunnen zij de juiste weg van geloof en daden niet vinden. Hen wordt eerst geleerd wat de juiste weg is er wordt uitleg en leiding gegeven op het gebied van juist handelen en dan pas worden ze overeenkomstig verantwoordelijk geacht en respectievelijk beloond of gestraft. Maar degenen die uit eigen wil tot ongeloof afdwalen of die een vijandige, negatieve houding ten opzichte van geloofsovertuigingen religie aannemen, of willens en wetens God en Zijn geboden ontkennen zullen zeker ondervraagd worden en gestraft worden voor hun afdwaling en verderf, ook al wonen ze in de verste, meest verlaten, afvallige streek van de wereld.

Samengevat: geen enkel gebied, geen enkel mens is onthouden van de Goddelijke verlichting gebracht door de door God gekozen boodschappers, Zijn profeten. Alle mensen hebben te allen tijde, direct of indirect, op een bepaald punt in hun geschiedenis een profeet erkend of zijn zich bewust geweest van zijn lering. Een periode waarin de namen van de profeten vergeten zijn en waarin hun leer compleet verloren is gegaan totdat er een ander profeet wordt gezonden wordt beschreven als en interregnum. De mensen die in deze periodes hebben geleefd zal vergiffenis worden geschonken met de voorwaarde dat ze zich niet volledig uit eigen wil tot polytheïsme of atheïsme hebben gekeerd.

En God de Alwetende en de Allesomvattende weet het best.

Heeft de vormgeving van een moskee betekenis?

In elke moskee zijn vier basiskenmerken terug te vinden. De mihrab is de plek waar de imam dagelijks de gebeden voorgaat en geeft de richting van de Kaba aan, de oudste plaats van aanbidding in de menselijke geschiedenis en staat in Mekka. De mimber is het gedeelte met een trap, dat door de imam gebruikt wordt om op vrijdag de preek voor te dragen aan de gemeenschap. Het zorgt ervoor dat de imam en de gemeenschap elkaar kunnen zien. De grote binnenplaats in het midden is de open ruimte waar mensen hun gebeden verrichten. Eén of meer torens, die minaretten genoemd worden, worden gebruikt om de mensen tot het gebed op te roepen door een specifieke passage te reciteren, die de adhan genoemd wordt.

Omdat moslims tijdens hun gebeden op de grond knielen en vooroverbuigen (prosternatie; dit woord komt niet voor in het Nederlanse woordenboek maar is ook niet per definitie fout. In Engels: prostration) doen, is het zeer belangrijk dat de moskee schoon is. Om het binnen zo schoon mogelijk te houden, betreden moslims de moskee niet met schoenen en brengen zij geen eten of drinken mee in een moskee. De eenvoud van het interieur, de schoonheid van de natuurlijke versieringen en de properheid scheppen een spirituele en vredige sfeer die de basis vormt om hart en geest te verheffen.

Naarmate de islamitische kunst zich in de loop der tijd begon te ontwikkelen, hebben de attributen en architectuur van de moskee een zekere symboliek gekregen. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat de symboliek afkomstig is van de architect of kunstenaar en niet noodzakelijkerwijs uit de religie zelf afkomstig is.

In de klassieke Ottomaanse moskeeën werd vaak gebruik gemaakt van dergelijke symboliek. Zo is de Süleyman-moskee in Istanboel bijvoorbeeld naar het model van de Kaba in Mekka gebouwd. De hoofdzuilen vertegenwoordigen de belangrijkste oude beschavingen uit het pre-islamitisch tijdperk; elke zuil is namelijk samengesteld uit de overblijfselen van een andere beschaving, waaronder: Egypte, Babelonië en Rome. De koepel vertegenwoordigt de islam, die zich uit de erfenis van de mensheid uit het verleden opricht.

De binnenkant van de moskee is het paradijs. De fonteinen van het paradijs worden vertegenwoordigd door een fontein, die tegelijkertijd gebruikt wordt voor de rituele wassingen voor het gebed. De kleuren van het gekleurde glas van de ramen symboliseren de vleugels van de engelen uit het paradijs. Volgens een andere uitleg vertegenwoordigen de vier zuilen, de vier Kaliefen en de koepel Profeet Mohammed, vrede zij met hem. Ook zouden de vier zuilen van het bouwwerk, de vier zuilen (te weten: de vijf dagelijkse gebeden, vasten, bedevaart en liefdadigheid) van de islam kunnen vertegenwoordigen en de koepel het geloof. In zijn biografie legt de architect Sinan uit hoe, aan de hand van de kunststromingen van die tijd, aan dezelfde structuur meerdere betekenissen werden toegekend.

ISLAMITISCHE BEGRIPPEN

Wat betekent de Sjaria?

Sjaria is een Arabisch woord dat “de weg” die gevolgd moet worden, betekent. Letterlijk betekent het “de weg naar een drinkplaats.” In de breedste zin, bestaat de Sjaria uit wetten, die mensen uit de Koran en de soennah (overleveringen van profeet Mohammed , vrede zij met hem, of hadith, zijn daden en de dingen die hij toestond), de twee belangrijkste bronnen in de islam, hebben afgeleid. De islam biedt richtlijnen voor de relatie tussen mensen en Allah, de relatie van de mens met het universum en de onderlinge relaties van mensen in een samenleving. Sjaria verwijst meestal naar het laatste, waardoor we Sjaria kunnen definiëren als de sociale afspiegeling van de islam.

Hedendaagse wetsystemen bestaan uit een grondwet die een hoogste macht toewijst en wetgevers machtigt om nieuwe regels in te voeren. De islam stelt echter dat mensen in essentie te beperkt zijn om de mens en het leven in zijn totaliteit te kunnen begrijpen. Het is dan ook op z’n minst waarschijnlijk dat de wetgeving en het oordeel van de machthebbers door politieke lobby- groepen of hun eigen menselijke zwakheden en verlangens, gekleurd en beïnvloed kunnen worden. Daarom heeft de wet een aantal tijdloze, vanzelfsprekende en universele principes nodig, die los staan van enig van menselijk ingrijpen, om schendingen van de mensenrechten te voorkomen. Het “recht op leven” is zo’n principe. Wie kan daar iets tegen inbrengen en wie kan zeggen dat het alleen op bepaalde momenten geldt? Aangezien God de mens heeft ontworpen en geschapen, heeft Hij de beste positie om ons de principes van het leven bij te brengen, opdat niemand de rechten van een ander schendt. Daarom heeft alleen God het recht de principes van de wet vast te stellen.

De islamitische geboden en verboden die de kern van de Sjaria vormen, centreren zich rond het beschermen van vijf basale mensenrechten: vrijheid van mening(-suiting en geloof); het recht op leven; het recht op persoonlijk bezit; het recht op voortplanting; en het recht om (zowel geestelijk als fysiek) een gezond leven te leiden.

Hoewel de islam de Goddelijke autoriteit erkent, ligt er een inherente flexibiliteit in de islamitische wet besloten. In engste zin, gaan niet meer dan 80 verzen van een totaal van 6200 verzen in de koran, over wetgeving. In overleg met de inwoners van Medina (moslim en niet-moslimburgers) stelde Profeet Mohammed, vrede zij met hem, de eerste grondwet in de menselijke geschiedenis op. Dit document laat zien dat wanneer mensen zich houden aan de principes die in de Koran uiteengezet worden, ze in staat zijn zichzelf te besturen. Een van deze principes is de sterke nadruk op rechtvaardigheid, die de aard van de Sjaria onderstreept.

De Koran verklaart: “God gebiedt u het openbaar bestuur over te laten aan mensen met de juiste kwalificaties en rechtvaardig te oordelen wanneer u tussen mensen rechtspreekt.” (4:58).

Al meer dan duizend jaar vormt de Sjaria voor moslims met uiteenlopende politieke, demografische, culturele en raciale achtergronden, een gemeenschappelijke bron voor wetgeving en ethiek. Moslims genoten 1400 jaar eerder dan de ontwikkelde landen, de voordelen van een hoogwaardig rechtssysteem. De islam introduceerde de theorie en praktijk van het begrip “de regel van de wetgeving” in de omvangrijke moslimwereld. In de islam heeft het begrip “regel van de wet”een dubbele betekenis. Zo betekent het niet alleen dat de wet op iedereen in gelijke mate van toepassing is, maar ook dat regelgevers gelijk zijn aan een ieder van ons. Dat ze niet oppermachtig zijn en niet boven een aantal onveranderlijke principes staan. Dit geeft de wet een sterkere basis (4:135).

Het Arabische word “hadith” betekent een “gesproken woord” of een “gezegde”. In islamitische context verwijst het naar de opgetekende woorden van Profeet Mohammed, vrede zij met hem. De boeken waren in deze zijn verzameld, worden “hadith boeken” genoemd. Er bestaan zes populaire verzamelingen van authentieke hadith.

Dit zijn de verzamelingen van Boechari, Moeslim, Abu Davud, Nisai, Tirmidhi en Ibn Maja. Vanwege de strenge criteria die Boechari en Moeslim hebben toegepast om op objectieve wijze aan te tonen dat een verhaal authentiek is, nemen die van deze twee, een bijzondere plaats in. Een van de tien criteria die Boechari toepaste om te bewijzen dat een verhaal authentiek was, was bijvoorbeeld dat er bewijs moest zijn van een aaneengesloten keten van mensen die tijdens de periode waarin het verhaal zich afspeelde, leefden en elkaar daadwerkelijk gekend hadden. Wanneer alle zes verzamelingen gecombineerd worden, zijn er meer dan 9.000 vertellingen, waarbij de overlappende verhalen niet meegeteld worden. Ervan uitgaand dat dit een selectie is uit meer dan 100.000 verhalen, hebben moslims een hoge mate van vertrouwen in hun authenticiteit.

In de tijd van Profeet Mohammed, vrede zij met hem, werd de wetgeving werd zo stellig ingevoerd dat, hoewel er geen politiemacht was, de criminaliteit vrijwel te verwaarlozen was. Een joodse burger klaagde Ali, de vierde kalief en schoonzoon van de Profeet, vrede zij met hem, aan, omdat Ali hem ervan beschuldigde zijn schild gestolen te hebben. Omdat Ali niet kon bewijzen dat het schild van hem was, verloor hij de zaak. Toen de rechter Ali vroeg of hij aangedaan was, gaf hij een opmerkelijk antwoord, dat het gevoel van rechtvaardigheid laat zien, dat bereikt werd op een moment waarop de rest van de wereld nog geen echte wettelijke regels kende. Hij antwoordde: “Ik ben aangedaan omdat u, toen u ons vroeg om te gaan staan, tegen de eiser zei: ‘O, u joods persoon’ zei en tegen mij ‘O, kalief van de moslims’.

Dit zie ik als onrechtvaardigheid tegenover de eiser.” Op dezelfde wijze werd de Ottomaanse Sultan Mehmet II schuldig bevonden aan het ten onrechte straffen van een van zijn niet-moslim ingenieurs voor het maken van een fout bij de bouw van het Topkapi Paleis. Hij moest een hoge boete betalen uit eigen zak. Dit zijn slechts twee van vele voorbeelden uit de islamitische geschiedenis, die laten zien dat het staatshoofd voor de wet gelijk is aan een arme, een moslim geen voorkeursbehandeling geniet ten opzichte van een niet-moslim en het recht, ongeacht de eiser of de inhoud van de zaak, zal zegevieren.

Met hun oproep tot het invoeren van de Sjaria willen sommige moslims terug naar een rechtssysteem dat op de islam is gebaseerd. Wat ze eigenlijk willen is vrijheid, rechtvaardigheid en een einde maken aan wetten die alleen in dienst van een militaire dictator staan of een onderdrukkend seculier regime dat een snel veranderende samenleving lijkt tegen te houden. Aangezien moslims zeer succesvol en gelukkig waren, toen ze een op Allah georiënteerde samenleving hadden, geloven zij dat hun problemen zullen eindigen door terug te keren naar een op de islam gebaseerde sociale orde.